Uitweg uit de digibetocratie

By 23 april 2021Blogs

Met de regelmaat van de klok krijgt de politiek er uit de IT-hoek van langs. Onze parlementariërs hebben nauwelijks IT-kennis en ‘dus’ komt er van goede besluitvorming rond IT-gerelateerde zaken – zo onderhand eigenlijk alles – natuurlijk niets terecht. Hun digitale analfabetisme heeft zelfs een satirisch programma op tv gehaald: we leven in een #digibetocratie. Tot overmaat van ramp verlaten enkele parlementariërs die tenminste nog iets van IT weten de Tweede Kamer. Een inventarisatie  door vakblad AG  Connect van hun mogelijke opvolgers levert een buitengewoon teleurstellend lijstje op. Het ziet er niet best uit met de digitale geletterdheid van onze toekomstige volksvertegenwoordigers. Is er een uitweg om uit de digibetocratie te ontsnappen?

Opmerkelijk aan deze steeds terugkerende kritiek is de impliciete aanname dat ‘digitale geletterdheid’ leidt tot betere besluitvorming rond IT-zaken. Een aantrekkelijke gedachte: wie meer van de materie weet neemt daar ook betere beslissingen over. Hier heb ik twee problemen mee. Allereerst: wat zijn betere beslissingen in een politieke context? Ten tweede: wat houdt die digitale geletterdheid precies in?

Rekbaar begrip

Digitale geletterdheid is een buitengewoon rekbaar begrip. Is iemand die weet hoe je een smartphone moet resetten digitaal geletterd? Iemand die met een spreadsheet kan omgaan? Iemand die kan programmeren? Iemand die 20 jaar projectmanager is geweest bij een groot IT-bedrijf? Een gepromoveerd informaticus? Wie van hen zou de beste beslissingen nemen over, bijvoorbeeld, regelgeving voor datacenters, het al dan niet koppelen van overheidsbestanden ten behoeve van fraudebestrijding of het vrijmaken van tijd en budget voor de security van de GGD? Dit soort beslissingen is niet los te zien van politieke visie en daaruit voortvloeiend beleid. Wat ‘goed’ is, wordt daardoor mede bepaald door onze eigen politieke opvattingen.

Van alles wat

In mijn beleving moeten voor een goed besluit de verschillende belangen afgewogen worden. Van een politicus zou je mogen verwachten dat die in elke geval een goed besef heeft van die belangen en de consequenties van een besluit. In de praktijk gebeurt dat om allerlei redenen lang niet altijd. Als we daar het aspect gebrek aan ‘kennis van zaken’ uitlichten, dan zie ik dat er in de Kamer specialisten zijn te vinden. Volksvertegenwoordigers die alles weten van het staatsrecht, economie hebben gestudeerd of alles weten van buitenlandse politiek. Allemaal gebieden die voor het landsbestuur van belang zijn. Daarnaast zijn er legio volksvertegenwoordigers die al dan niet noodgedwongen (kleine fractie) van alles wat moeten weten.

IT is één van de vele

De realiteit is dat IT slechts een van de vele gebieden is waar de regering, de kamer en de politiek zich mee bezig moeten houden. Iedereen digitale vaardigheden bijbrengen kan geen kwaad. Maar het idee dat IT-kennis tot betere besluiten zal leiden is een illusie. Partijen met een grote fractie zouden het zich kunnen veroorloven naast de andere inhoudelijk woordvoerders, er ook een voor IT aan te stellen als ze daar het nut van inzien. Verder is het verstandig dat er een ICT-adviesorgaan komt, vergelijkbaar met het OMT of de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Belangrijk is dan wel dat er ook tegenspraak wordt georganiseerd! De WRR heeft overigens een jaar of wat geleden een rapport uitgebracht met de titel ‘Weten is nog geen doen’. Dat ging weliswaar niet over ICT, maar de titel is in dit verband bijzonder toepasselijk.

Hans van Raaij