Futurist Willie Appel: “We staan aan de vooravond van de ‘Man-Machine Mind Meld’”

By 12 december 2019Blogs

Willie AppelWillie Appel is een bekend futurist, adviseur op het gebied van technologische ontwikkelingen, executive coach en een veel gevraagd spreker over AI en innovatie. Hij was onder andere Executive Partner bij Gartner en Senior Vice President EMEA – Executive Directions bij Metagroup. In 2016 richtte hij zijn eigen adviesbureau op: DigitalMindz: een platform dat organisaties helpt navigeren door de wirwar van technologische innovaties en ze ondersteunt bij digitale transformatietrajecten.

Waar komt uw interesse voor technologie en innovatie vandaan?

Dat is begonnen toen ik een jaar of 8, 9 was. Ik was toen helemaal gek van schaken en dan vooral van de strategische aspecten. Ik was gefascineerd door de eerste computerschaakkampioenschappen die in 1970 plaatsvonden in de VS en wilde aanvankelijk zelf een schaakprogramma schrijven. Maar toen las ik over studenten van het Amerikaanse MIT, die onderzoek deden naar algoritmen voor het genereren van programma’s die het spel Go konden spelen. Go heeft exponentieel meer mogelijke spelscenario’s dan schaken allemaal via een beslissingsboom geëvalueerd moeten worden om te beslissen over de beste volgende zet. Dat vraagt om een totaal andere aanpak en een enorm krachtige computer. Pas in 2016 slaagde een computer (‘AlphaGo’) erin om de toenmalige wereldkampioen Go te verslaan. Dat is hoe mijn belangstelling voor AI en parallelle processing is ontstaan.

Wat is volgens u de belangrijkste technologische ontwikkeling van dit moment?

Zonder twijfel is dat de ontwikkeling van AI. Daarbij lopen de meningen en verwachtingen wel sterk uiteen. De een roept dat het einde van de mensheid in zicht is als krachtige AI echt realiteit wordt, de ander ziet een veel beperktere rol voor deze technologie. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat we aan het begin staan van een belangrijke nieuwe stap, waarbij het niet gaat om de ‘strijd tussen mens en machine’, maar dat waarin het juist gaat om de manier waarop mens en machine elkaar aanvullen om zo tot de sterkst mogelijke combinatie te komen. Richard Bookstaber, professor economie aan MIT, heeft dit heel elegant beschreven in zijn boek ‘The End of Theory’, waarin hij stelt: “No man is better than a machine, and no machine is better than a man with a machine”.

Deze symbiose is gebaseerd op het besef dat zowel de mens als de machine tekortkomingen hebben. De mens is te sterk gedreven door emoties en is gevoelig voor denkfouten die kunnen leiden tot verkeerde interpretaties en foute conclusies. De machine ontbreekt het juist aan begrip, aan de mogelijkheid te bepalen wat bepaalde data nu eigenlijk betekenen.

Als die mens-machine combinatie eenmaal wordt gerealiseerd, zullen alledaagse, veelal saaie jobs vervangen worden door machines. Is dat een probleem? Nee, dat denk ik niet. Als we bijvoorbeeld kijken naar artsen, dan kan je stellen dat een menselijke arts beslissingen neemt en keuzes maakt op basis van misschien enkele honderden datapunten. Maar een expertmachine kan miljoenen datapunten wegen in zo’n beslissing. Dat betekent niet dat die expertmachine dan de menselijke arts vervangt. Want die machine kan alleen analyseren op basis van feiten, van data. De arts kent de patiënt op een andere manier, die weet van een bepaalde historie die van belang kan zijn bij het stellen van de juiste diagnose en het kiezen van de beste behandeling. Dus wordt een computer straks de beste arts? Nee, de beste arts is straks de arts die de computer de juiste vragen weet te stellen. Ik denk daarom de we niet meer zouden moeten praten over ‘Artificial Intelligence’, maar eerder over ‘Intelligent Assistance’ of ‘Intelligence Automation’: IA.

Maar wat gebeurt er dan met de mensen die nu dit soort taken vervullen?

We staan aan de vooravond van de zogenaamde ‘Man-Machine Mind Meld’, waarbij voorstanders van IA erop wijzen dat zelfs de beste computersystemen van dit moment niet veel meer doen dan het automatisch en snel uitvoeren van menselijke beslissingsprocessen. Het PageRank algoritme dat Larry Page van Google bijvoorbeeld bedacht om zoekresultaten te verbeteren, was gebaseerd op het vaststellen van welke webpagina’s het meest werden bezocht. In feite werd daarbij dus gebruikgemaakt van menselijke intelligentie en van menselijke beslissingen over welke waardevolle informatiebronnen waardevol zijn.

Als je kijkt naar de impact van voorgaande industriële revoluties, zie je dat daarbij dezelfde vragen werden gesteld en dat er zorgen waren over banen en werkgelegenheid. Wat bij iedere industriële revolutie gebeurde, was dat handmatige arbeid van de mens werd overgenomen door een machine. In plaats daarvan kreeg de mens telkens een meer intellectuele rol, waarbij de waarde van die intellectuele taken aanzienlijk hoger lag dan dat van de handmatige taken. Die transformatie zien we nu opnieuw. Zeker, er zullen bepaalde functies verdwijnen, maar daarvoor komen er weer andere in de plaats, die de kracht en de mogelijkheden van ons intellect veel beter benutten. De mens zal altijd nodig blijven, maar we zullen op een hogere intellectueel niveau gaan werken. Er zal dan ook ander, interessanter werk komen. Maar dat zal wel heel ander soort werk zijn dan we nu kennen. En dat betekent bijvoorbeeld dat we ook heel anders moeten gaan kijken naar educatie en opleiding. De banen waar veel jongeren nu voor opgeleid worden, zullen over een aantal jaren mogelijk niet meer bestaan. We moeten mensen daarom erin trainen dat ze hun intellectuele capaciteiten overal zo goed mogelijk kunnen inzetten, in plaats van ze te op te leiden voor een specifieke taak.

Kunnen we als mens wel omgaan met die veranderingen?

Waar we vooral mee om moeten zien te gaan, is het hogere tempo van deze veranderingen. De vorige industriële revoluties duurden tientallen jaren. Er was dus tijd om geleidelijk te wennen aan de veranderingen. Nu volgen de ontwikkelingen elkaar in een enorm tempo op. Wie had bijvoorbeeld tien jaar geleden kunnen voorzien hoe een AirBnB of een Uber hun markten totaal zouden gaan veranderen? En niet alleen de directe markten, maar alles dat daaruit volgt. Denk bijvoorbeeld aan de explosie van toerisme in Amsterdam en de gevolgen daarvan voor de stad?

Een boeiende ontwikkeling is de bekende Wet van Moore, uit 1965. Hij stelde daarin dat elke 12 maanden het aantal transistors dat op een chip aangebracht kan worden, verdubbelt. Later is die termijn aangepast naar elke 24 maanden. Zijn observatie (want een ‘Wet’ zoals de wet van de zwaartekracht, is het eigenlijk niet) bleef 50 jaar gelden. Maar nu hebben we een punt bereikt dat deze ontwikkeling niet langer exponentieel verloopt. Aan het begin van de jaren 90 was ik lid van een team dat toegang had tot een Cray Supercomputer. Destijds de krachtigste computers die er waren. We hoorden toen dat de architect van die systemen, Seymour Cray, bij ieder nieuw computerontwerp begon met een stuk blanco papier. Hij ontwierp ieder systeem dus helemaal vanaf scratch, ongehinderd door de fouten en de erfenis van eerdere systemen. Toen hij in 1996 overleed, leek zijn benadering vreemd en onpraktisch. De computerwereld volgende immers nauwgezet de Wet van Moore, met een gestage evolutie van Intel-processors, waarbij iedere generatie een verbeterde versie van de vorige was. Nu, 42 jaar nadat de eerste Cray supercomputer op de markt verscheen, staan we aan het begin van een heel nieuwe fase in het denken over computertechnologie. Die is te vergelijken met de Agile programmeermethode, in die zin dat er sneller en veel vaker dan nu nieuwe systemen worden ontwikkeld. En vooral: systemen niet alleen maar voortbouwen op een vorige versie. Het is echt een nieuw begin en we zouden een nieuwe Seymour Cray goed kunnen gebruiken.

Dit principe gaan we veel breder zien. Een totaal innovatief en disruptief idee dat vandaag wordt gelanceerd, kan al over een of twee jaar een grote impact hebben. En wie weet hebben we het straks wel over een revolutie binnen enkele dagen. Maar toch zal de mens zich daaraan weten aan te passen. Wij mensen hebben een enorme capaciteit om met dit soort veranderingen om te gaan, dus ik ben ervan overtuigd dat we dat aankunnen.