Category

Blogs

Connected Conservation

Having learned so much about animal conservation during the years I had the pleasure of looking after the programme publicity for Animal Planet in the Benelux, I am amazed at the giant steps recently made in nature conservation through the development of technology.

Animal Planet has turned me into a nature conservationist and I follow many projects around the world where people are doing incredible work like cleaning garbage out of India’s rivers with a garbage-robot. But one of the most awesome projects is the Ocean Cleanup project. The scale of the problem is so immense that using traditional methods (such as vessels and nets) would take thousands of years and cost way too much for anyone to initiate such an endeavour. This cleanup system uses algorithms to help specify optimal location deployment and is powered by solar energy. It is estimated that the cleanup will now take only (!!) 5 years and at a fraction of the cost.

Dutch inventor Boyan Slat was only 16 years old when he started thinking about how to clean up the massive plastic soup in the Pacific, better known as the Great Pacific Garbage Patch. Boyan was recently a guest on DWDD (uitzending gemist: Monday 24 September) to talk about the final ‘dress rehearsal’ they are currently doing with the cleanup system outside of San Francisco. If this works (and I sincerely hope it does) Boyan wants to launch 60 cleanup systems. He cannot do this alone and needs funds, lots of funds! I urge you to donate what you can afford. Check out the site (link above) for details.

Tech develops at warp-speed

I can remember when Animal Planet introduced an innovative new project in 2003 to learn more about the behaviour and language of elephants when they’re in the bush and we cannot track them. Animal Planet researchers installed a camera around the neck of the matriarch, calling it Elevision. This way, we could see and hear them (one had to be within close range to catch the radio signal) while the elephants roamed about undisturbed and unaware of the humans in their environment.

Cameras were also disguised in big heaps of elephant dung, in trees, under rocks, basically using any natural element to disguise them. Of course tracking animals has been going on for quite a while and it has given us many insights. We have learned so much from the data that we now have a much better understanding of many different species and their environment and so become much more effective in our conservation efforts.

Everything Connected

Today, IoT technology helps with a pro-active approach to warn when humans are in the area, rather than focus on tagging the animals. Now the defence system has sensors around the perimeter, LAN and CCTV at every gate, Wifi and LORA technology , as well as drones and thermal cameras everywhere. All passes are scanned and linked to databases via biometrics. This way, poachers can be spotted well before they have a chance to slaughter the animal they are hunting.

One such project is the Connected Conservation program made possible by Dimension Data and Cisco in their effort to save the rhino’s. Started in 2015 they managed to cut rhino poaching by 96% in the first year and are now ready to build on their success in Zambia to reduce local elephant poaching. Check this animated clip to see the future plans to eradicate all forms of poaching around the world. What a great ambition and one that would never be possible without technology. With the developments in tech coming at us in warp-speed, who knows what will be possible in 10 years’ time? From Elevision to Connected Conservation in only 15 years… I can’t wait to see what nature conservation will look like in 2030!

And if you are still wondering why we should put all our efforts in conserving nature and all the animals on our planet, watch ‘Planet Earth’. Produced by BBC and Discovery Networks, as only these two giants in nature documentaries can. Of course they have all the resources at their fingertips, including the latest technology.

The series shows us nature as never seen before thanks to the innovative use of technology. I clearly remember seeing the absolutely stunning images of a giraffe roaming leisurely in a stream without a worry in the world and any inclination that a camera is hanging way above his/her head and giving us full views through the use of super HD 360-degree camera technology and drones. Zooming in on the giraffe, you can count his/her eyelashes – it’s that sharp. And this is just one example of the technology used in the series. Drones show animals in natural behaviour as we have never seen before and the level of detail and the close-ups in HD quality are so stunning, you catch yourself holding your breath in amazement. The second series of Planet Earth is even more spectacular. Showing us again just how beautiful, diverse, and wonderful our planet is and all that live here. It’s the showcase for all the efforts conservationists make and why conserving the planet should be every governments top priority. No ifs, ands or buts!

Marguerite van der Heijden
Sr. Consultant MCSPR | Check Twice

Nog even en we praten liever digitaal

Verborgen in een weinig opvallend bericht in de Telegraaf (12 sept 2018, T24) staat dit: ‘Amerikaanse tieners communiceren liever online met hun vrienden dan in persoon’. In een tijd waarin alle aandacht gaat naar de (potentieel) overweldigende impact van artificial intelligence, machine learning, algoritmen en robotics, zien we hier alvast één fundamentele verandering dankzij technologie. Jarenlang zagen we geruststellende berichten dat ondanks alle social media het ‘echte, persoonlijke contact’ de voorkeur had. Dat is nu kennelijk verleden tijd. Is dat erg?

Het onderzoek van Common Sense Media waar het bericht op is gebaseerd, beperkt zich tot Amerika. Zoals we weten gebeurt alles in Nederland later, zodat hier het persoonlijk contact nog even bovenaan staat. Lang zal dat niet duren, er is geen ontkomen aan andere opvattingen over communicatie. Interessant is dat het onderzoek aangeeft dat de jongeren (het gaat om 13- tot 17-jarigen) niet platgewalst worden door de oprukkende communicatietechnologie. Integendeel, ze blijken zich zelfs zeer bewust te zijn van de keerzijden van deze technologie, zoals de kans op verslaving en het afleiden van belangrijke zaken zoals huiswerk.

Symbiose

Wat we hier zien is het begin van een werkelijke symbiose tussen mens en technologie. Blijkbaar heeft online iets bijzonders in het contact tussen mensen te bieden. Het is veelzeggend dat dit bij jongeren nu zo ervaren wordt. Ze zijn met technologie opgegroeid, maar hun ervaring met communicatie is nog beperkt en allerlei opvattingen van oudere generaties over hoe communicatie tussen mensen dient te verlopen zullen nog niet veel impact hebben. Dat zij een open oog hebben voor de keerzijden is een bemoedigende uitkomst. Het maakt de kans op een goede balans tussen mens en technologie veel groter.

Voorkom ongelukken

Als we het in dit licht bekijken is er ook niets mis met die symbiose. Je mag hopen dat we als mensheid veel meer op deze manier met technologie zullen omgaan. Een beter zicht op waar technologie echt iets toevoegt en waar juist niet, voorkomt ongelukken. En ja, dan kan het gebeuren dat technologie de plaats inneemt van iets waarvan eerdere generaties vinden dat het aan mensen voorbehouden moet zijn.

Ongemakkelijke gevoelens

Technologie kan nu taken automatiseren die tot voor kort alleen door mensen uitgevoerd konden worden. Afgezien van het verdringen van banen (daar is al genoeg over geschreven) zorgt dat voor ongemakkelijke gevoelens. Denk maar aan de zorgrobot. Wie wil er door een machine, waarvan we denken dat er geen werkelijk contact mee mogelijk is, verzorgd worden? Zodra we andere opvattingen krijgen over wat ‘werkelijk contact is’ zal ongetwijfeld ons standpunt veranderen. Dan kan het zelfs gebeuren dat mensen de voorkeur geven aan een zorgrobot boven een zorgmens. Erg lijkt me dat niet, tenminste als het weloverwogen gebeurt.

Hans van Raaij

Senior Consultant MCS PR

Crisiscommunicatie

Het begint op te vallen: er breekt een crisis uit, er ontstaat een enorm gedoe, vervolgens krijgen we een ongeloofwaardig verhaal en er wordt nog even sorry gezegd. En weg is de crisis. Dit gaat onder meer over het niet aflatende gedoe rond de dividendbelasting en over de kwestie Facebook/Cambridge Analytics. Natuurlijk, het Facebook-datalek was ‘allang’ bekend en of de memo’s over de dividendbelasting herkenbaar waren als echte memo’s wisten de betrokken politici natuurlijk best. Opmerkelijk aan beide gevallen is dat het er niet eens toe doet hoe het precies is gelopen. Hoe je het bréngt, dat is tegenwoordig veel belangrijker.

Waarom heeft Facebook niet meteen ingegrepen toen het wist van de praktijken van Cambridge Analytics? Waarom is er geen open kaart gespeeld over de afschaffing van de dividendbelasting? Omdat het allemaal niet in de kraam te pas kwam. Het is elke keer weer een raadsel waarom bedrijven, politici, noem maar op, het idee hebben dat je vandaag de dag iets onder de pet kunt houden. Vroeg of laat komt het uit. Een vasthoudende journalist, een klokkenluider of gewoon een verspreking is voldoende om een mediastorm te ontketenen. De oppositie beticht onze minister-president van leugens, een cabaretier begint een actie om Facebook te verlaten. Maakt allemaal niet uit, de storm is alweer gaan liggen.

Het is natuurlijk verstandig om goed op een crisis voorbereid te zijn. Crisiscommunicatie is zelfs een discipline. Je bepaalt vooraf wie de woordvoerders zijn, je bereidt hen voor op wat zij kunnen of moeten zeggen, en wat niet. Vooral niet speculeren over zaken die je nog niet weet en geen dingen verzinnen, maar overbrengen dat de crisis voortvarend wordt aangepakt. En hou betrokkenen steeds op de hoogte. Draagt allemaal bij aan geloofwaardigheid. Daar draait het om, zou je denken.

In de bovengenoemde crises hebben de betrokkenen precies het tegenovergestelde gedaan: een mist optrekken, zich overgeven aan haarkloverijen over wat een ‘memo’ precies is en wie wat wanneer wist. Onwelgevallige zaken zijn zo lang mogelijk aan het zicht onttrokken en toen dat echt niet meer ging, kwamen halfslachtige excuses: ‘we hadden het misschien(!) beter moeten doen’.

Wat is hier toch aan de hand? Een paar jaar geleden was ‘authenticiteit’ een sleutelwoord in communicatie. Doe je niet anders voor dan je bent. Authentiek zijn, dat doet wonderen voor je geloofwaardigheid. Maar zou het ook maar iets hebben uitgemaakt wát de betrokken over bovengenoemde kwesties hebben gezegd? Hebben de hoofdrolspelers uit bovengenoemde crisissituaties zich anders voorgedaan dan ze zijn?

Nadat de memo-kwestie in de Kamer was besproken verschenen talloze beschouwingen over het optreden van de minister-president. Bijna bewonderende verhalen over hoe hij, voor de zoveelste keer, een verbaal rookgordijn wist op te trekken waar geen doorkomen aan was. Het aandeel Facebook is nu voor het eerst boven $200 gekomen. Enkele maanden geleden, toen bekend werd dat de data van 87 miljoen Facebook-gebruikers naar Cambridge Analytica gelekt waren, was het aandeel gedaald tot onder de $150. Dat was maar even. Het bedrijf is sinds het datalek maar liefst een derde méér waard geworden.

De conclusie is onontkoombaar: zij zijn absoluut authentiek geweest. En dan kom je tegenwoordig met heel veel weg. Bovendien, als je flink over de schreef bent gegaan en je klanten of kiezers lopen niet weg omdat ze producten of partij echt niet willen missen, waarom zou je daar dan mee zitten? Maar voor communicatie is het de doodsteek.

Hans van Raaij

30 juni: happy #SMDay!

Misschien wist u het al: morgen, zaterdag 30 juni is Social Media Day. Een speciale dag die in 2010 door nieuwssite Mashable is gelanceerd om even stil te staan bij de mogelijkheden, de voordelen en ja, ook de nadelen van sociale media.

Het fenomeen dat we vandaag kennen als ‘sociale media’ is eigenlijk van start gegaan aan het begin van de ‘2000s’. Toen zijn platforms als MySpace en LinkedIn opgericht, al spoedig gevolgd door Facebook (2004; aanvankelijk alleen toegankelijk op Harvard College, in 2006 werd FB openbaar) en YouTube (2005). Twitter volgde in 2007, WhatsApp in 2009, Instagram in 2010 en Pinterest en Snapchat verschenen in 2011 op het sociale media-toneel.

Impact

Er zijn weinig technologische ontwikkelingen die zo snel zo’n grote impact hebben gehad op ons leven, zowel zakelijk als privé. Het heeft ons leven verrijkt. We onderhouden contact met vrienden, familie, collega’s, we leren nieuwe mensen kennen, we vinden nieuwe banen, doen zaken, allemaal op een ongekende schaal. Volgens de statistiekenwebsite Statista zijn er wereldwijd ruim 2,2 miljard mensen lid van Facebook, 1,5 miljard mensen gebruikt WhatsApp, ruim 800 miljoen zit op Instagram, Twitter telt 220 miljoen gebruikers en op LinkedIn zijn 260 miljoen zakelijke contacten te vinden. Praktisch gezien maakt vrijwel iedereen in de ontwikkelde wereld gebruikt van minstens één social media-platform. Zelf zit ik dagelijks op Twitter, LinkedIn en Facebook. Voor mij persoonlijk zijn het niet alleen belangrijke communicatiemiddelen, maar ook onmisbare bronnen van nieuws.

Here to stay

Maar met dat groeiende gebruik is ook de kritiek toegenomen. Net als bij iedere technologische/maatschappelijke ontwikkeling moeten we ons bewust zijn van de potentiële risico’s. We zitten teveel op sociale media, hebben niet genoeg aandacht voor persoonlijk contact en zijn te gefocust op ‘likes’ en ‘volgers’ en ‘shares’. De afgelopen maanden was er vooral aandacht voor de impact van sociale media voor onze privacy en voor de gevaren van ‘nepnieuws’ en manipulatie. En net als bij iedere technologische/maatschappelijke ontwikkeling zullen we manieren vinden om met deze risico’s om te gaan. Want een ding is zeker: sociale media zijn ‘here to stay’. We kunnen eigenlijk niet meer zonder voor onze dagelijkse communicatiebehoeften. Als er een storing is bij Twitter of WhatsApp, is er al snel sprake van een lichte paniek. Dan moeten we weer ‘ouderwets’ gaan bellen of SMS-en. Een drama!

Onderdeel van geïntegreerde communicatie

Als PR-bureau zijn wij natuurlijk ook al heel lang bezig met het inzetten van sociale media voor de communicatie van onze cliënten. Geïntegreerde communicatiecampagnes, waarbij sociale media onmisbaar zijn om een boodschap te versterken en het bereik van een artikel, persbericht, blog, etc. te vergroten, zijn een vast onderdeel van onze voorstellen en plannen. Essentieel daarbij is wel de hulp van de medewerkers van het bedrijf. Zij zijn namelijk de ambassadeurs van het bedrijf, ook op sociale media. Ze kunnen via sociale media heel goed een blog of artikel onder de aandacht van de juiste doelgroepen brengen of zorgen voor meer bezoekers aan de website. Indien nodig, kunnen wij daarvoor kant-en-klare content leveren. Het bewustzijn over de zakelijke mogelijkheden van sociale media kan dus nog best wel een zetje krijgen.

Social Media Day is dan ook een prima moment om even stil te staan bij het de kansen en het potentieel van sociale media. Post een interessant nieuwtje, reageer op een post van een klant, deel een update van de organisatie, maak nieuwe connecties! Het kost weinig tijd en wie weet welke nieuwe kansen er zo ontstaan?

Alvast een fijne #SMDay, allemaal!

Arnout Lansberg

Digital Wellbeing

Smartphoneverslaving is een groeiend probleem. Steeds meer mensen geven aan dat ze verslaafd zijn aan social media of dat ze hun smartphone-gebruik niet meer onder controle hebben. Dit heeft nadelige gevolgen. Het Erasmus MC heeft bevestigd dat gebruik van smartphone of tablet leidt tot meer bijziendheid bij kinderen, en onderzoek toont aan dat excessief smartphonegebruik onder jongeren kan leiden tot slapeloosheid en/of geestelijke gezondheidsproblemen. Techbedrijven proberen smartphonegebruikers de tools te bieden om iets aan hun verslaving te doen.

Google kondigde op de jaarlijkse ontwikkelaarsconferentie Google I/O de nieuwe Digital Wellbeing dienst aan. Deze dienst is bedoeld om je bewust te maken van je smartphonegebruik. Apple kwam onlangs met een vergelijkbare versie genaamd Screen Time. Digital Wellbeing laat zien hoeveel tijd je aan bepaalde apps besteedt en laat je bijvoorbeeld notificaties instellen om je te waarschuwen dat je al erg lang naar je scherm aan het staren bent. Je kunt Digital Wellbeing zelfs toestemming geven bepaalde apps uit te schakelen bij excessief gebruik (dit kun je vervolgens wel weer terugdraaien).

Dit zijn goedbedoelde initiatieven, maar werken ze ook echt? Wanneer Netflix mij na de vijfde aflevering vraagt of ik nog steeds aan het kijken ben, grom ik hoogstens iets onaardigs naar mijn scherm om vervolgens weer op de play-knop te drukken. Nu is dit gedrag misschien niet representatief voor iedereen, maar bij een verslaving ben je niet altijd even eerlijk over je gebruik, vooral niet tegenover jezelf. Het vereist discipline om bij het zien van gegevens over je eigen gebruik de vrijblijvende limieten die worden opgelegd te accepteren.

In de pr werken positieve verhalen vaak beter dan moddergooien of bangmakerij. In plaats van het inspelen op schuldgevoel lijkt me ook hier een positieve aanpak beter. Natuurlijk is het belangrijk om je bewust te worden van je smartphonegebruik, maar kan digital wellbeing daar dan ook een positieve vervolgstap aan verbinden? Kan je smartphone jou na het urenlang bekijken van je Instagram feed niet voorstellen een van je vrienden te bellen, of je vragen hoe het gaat met dat boek dat je aan het lezen bent? Verslaving aan social media komt in veel gevallen door fear of missing out, bang zijn dat je belangrijke dingen mist als je niet op de hoogte blijft van jouw social mediakanalen. Hierdoor dreig je het leven van anderen te gaan leiden. Digital Wellbeing zou door middel van positieve beloning stap voor stap duidelijk moeten maken dat het niet erg is wanneer je een dag offline bent. Als dat lukt hoeven deze nieuwe apps wat mij betreft niet digital wellbeing te heten, maar gewoon: wellbeing.

Lukas Baars

AVG: uitdagingen voor marketing; kansen voor PR

Wordt u al gek van al die mails waarin wordt gevraagd om toch vooral nog even te bevestigen dat u de nieuwsbrief van bedrijf XYX nog wil blijven ontvangen? Het is duidelijk: de Europese wet Algemene Gegevens Verordening (AVG), ook wel bekend als GDPR, is van kracht geworden. Er is vooral veel aandacht voor alle maatregelen die organisaties volgens deze wet moeten nemen om privacygevoelige informatie te beschermen. Maar de AVG zegt ook dat bedrijven niet langer ongevraagd informatie aan mensen mogen rondsturen, als die daar niet expliciet toestemming voor hebben gegeven (‘opt-in’). Een flinke uitdaging voor marketeers die vertrouwen op grootschalige e-mailacties en nieuwsbrieven. Want hoe bereik je je klanten dan? Dat kan nog steeds, met PR.

We kunnen de krant niet openslaan of er staat wel een artikel in over de gevolgen van de AVG, over het feit dat de meeste organisaties nog niet klaar zijn voor de nieuwe regels, over te nemen stappen etc. Een ding is zeker: voor bijna alle organisaties betekent de AVG dat ze veel tijd en geld moeten investeren in het controleren en beveiligen van hun data en in het aanpassen van allerlei processen rond het verzamelen en opslaan van persoonsgegevens.

Kans op klachten en boetes

Tegelijkertijd staan bedrijven die tot nu vertrouwen op ‘cold calling’ en op grootschalige marketingacties op basis van ingekochte databases, voor een uitdaging. Want ongevraagd potentiële klanten direct persoonlijk benaderen, is in principe niet meer toegestaan onder de AVG. Wie dat wel doet, loopt kans op klachten bij de Autoriteit Persoonsgegevens en mogelijk zelfs boetes. Er zullen vast wel allerlei slimme manieren gevonden worden om de regels te omzeilen, maar het wordt in ieder geval een stuk lastiger.

‘Verkoop het probleem dat je oplost, niet het product dat je maakt’

Ondernemers zullen dus andere manieren moeten vinden om hun doelgroepen te bereiken en nieuwe klanten te interesseren voor hun producten en diensten. Niet rechtstreeks, gericht op een specifieke persoon, maar via de kanalen die hun doelgroepen dagelijks bekijken en lezen. Dan moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat jouw boodschap, jouw visie en jouw expertise opvallen. En dat doe je met een communicatie-aanpak waarin je niet roept hoe geweldig jouw producten en diensten zijn, maar waarin je je kennis en expertise uitdraagt. ‘Verkoop het probleem dat je oplost, niet het product dat je maakt’, is een bekende quote in marketing. Wij praten over een ‘outside-in’ benadering: pak de actuele ontwikkelingen en uitdagingen waar organisaties mee te maken hebben en vertel hoe ze daar het beste mee omgaan. Wanneer je dat weet te doen zonder commerciële boodschappen, maar in plaats daarvan je professionele expertise en inzichten overbrengt, zullen potentiële klanten jou weten te vinden in plaats van andersom.

Reputatie, kennis, visie

Dat is dan ook de aanpak die wij onze klanten adviseren. Bij PR draait het juist om reputatie, om het uitdragen van je kennis en je visie. Met heldere, aansprekende content, toegespitst op je doelgroepen en met antwoorden op de uitdagingen waar zij voor staan, val je op en onderscheid je je van je concurrentie. Die boodschappen moeten natuurlijk wel op een effectieve manier worden gecommuniceerd. Dat kan bijvoorbeeld via social media en via blogs op de website. Maar de beste weg is als de media – als onafhankelijke derde partij – jouw visie, jouw aanpak en jouw oplossingen voor uitdagingen overnemen en uitdragen.

Intermediair tussen organisaties en de pers

Dat gebeurt echter niet zomaar. Goede relaties met redacteuren en journalisten openen de deur voor een dialoog en vergroten de kans dat ze jouw verhaal willen vertellen. Dat is dan ook een belangrijke rol voor ons als PR-bureau: als intermediair tussen organisaties en de pers.

Net als andere organisaties, hebben ook wij te maken met de gevolgen van de AVG. We hebben er veel werk in gestoken en hebben geïnvesteerd in de juiste maatregelen om te voldoen aan de nieuwe regels. Maar we zien ook nieuwe kansen. Niet alleen voor onszelf, maar zeker ook voor onze klanten.

Weg met het binaire breinonderscheid?

We zijn geen dames en heren meer, of jongens en meisjes. We zijn ‘reizigers’, ‘bewoners’ of ‘beste mensen’ geworden. Het is niet langer acceptabel om u nog langer aan spreken op basis van biologische kenmerken. Te deterministisch, te ongevoelig voor degenen die zich ergens tussen dame en heer bevinden. We willen dat binaire onderscheid niet langer! Hoe moet het nu verder met RightBrains? We mogen LeftBrains niet langer in de kou laten staan!

Er is de laatste decennia iets merkwaardigs aan de hand met verschillen. Die zijn verdacht geworden. Ander uiterlijk, andere afkomst, ander noem maar op, ze zijn de oorzaak van stereotypen, vooroordelen en discriminatie. Toegespitst op dit platform: vrouwen zouden allerlei kwaliteiten missen die mannen worden toegedicht en omgekeerd. De gevolgen kent u.

Groot onderscheid

We hebben allemaal een linker- en rechterhersenhelft. En daar maken we, afgezien de locatie onder ons schedeldak, een groot onderscheid tussen. Hier zijn wat gangbare voorbeelden. Bij de linkerhelft horen logica, georiënteerd op details, weloverwogen, rationeel, methodisch, weten en intellectueel. Bij de rechterhelft horen intuïtief, breed georiënteerd, gevoelsmatig, innerlijk bewustzijn, creativiteit, geloven en zintuigelijk.

 

Mythevorming

Bovendien zijn de linker- en rechterhelft ook fysiek verschillend. In de linkerhelft zit meer grijze stof, die informatie verwerkt, en in de rechterhelft zit wat meer witte stof, die informatie verder stuurt. Deze verschillen zijn, zo is de hypothese, geëvalueerd zodat we onze hersenen beter kunnen benutten. Onder het kopje ‘Mythevorming’ zegt Wikipedia dat verschillen tussen de linker- en rechterhersenhelften nogal eens overdreven worden. Je krijgt dan tegenstellingen zoals ‘Yin versus Yang’, ‘Mars versus Venus’, ‘mannelijk-rationeel’ versus ‘vrouwelijk-intuïtief’.

Non-binaire genderfluïde types

De overdreven tegenstellingen hebben dus tot allerlei mythes geleid rond hersenhelften en gender. Tja, en wat moeten ‘non-binaire genderfluïde types’ (de term is van schrijver Maxim Februari, een man met een transverleden) hier nu mee? Wij zijn immers ons brein, als we hersenspecialist Dick Swaab mogen geloven. Zullen we niet meer spreken over linkerhelft en rechterhelft, omdat het te deterministisch is en geen recht doet aan het ‘fluïde’ karakter?

De oplossing komt van ons brein zelf. Wat blijkt namelijk? De (cognitieve) specialisatie van de hersenhelften is eerder relatief dan absoluut. Elke hersenhelft is in staat is diverse taken, ook die waarin zij (hij?) niet gespecialiseerd is, uit te voeren. Onze hersenhelften zijn dus als het ware fluïde, als het moet kunnen ze alles gewoon van elkaar overnemen.

Realiteit

Verschillen tussen onze hersenhelften zijn er zeker, maar de overeenkomst ertussen is oneindig veel belangrijker. Zo zouden we ook met verschillen tussen mensen moeten omgaan. Het gaat natuurlijk om de overeenkomsten. Ieder van ons heeft een brein dat alle menselijke eigenschappen in zich heeft. Zeker, er zijn fundamentele biologische verschillen en het spectrum tussen man en vrouw blijkt breder dan menigeen lief is. Het is de realiteit. Wie bereid is daarbij stil te staan hoeft haar – of zijn? Wat doen we eigenlijk met bezittelijke voornaamwoorden? – toevlucht niet te zoeken bij ‘beste mensen’. En dan kunnen we het ook gewoon bij RightBrains houden!

Perlita Fränkel

Managing Partner, MCS PR

‘Nieuws’ moet een schoolvak worden

Jongeren blijken steeds minder goed in staat om nepnieuws te onderscheiden van echt nieuws. Begin april publiceerde de Amerikaanse Stanford universiteit een onderzoek waaruit blijkt dat jongeren moeite hebben met het herkennen van het verschil tussen zin en onzin op internet. Volgens Nederlandse onderzoekers is dit ook in ons land een groeiend probleem. De invloed die online media – vooral sociale media en zoekmachines – hebben op de mening en het gedrag van mensen, neemt toe. Online advertenties in de resultaten van zoekmachines zijn steeds moeilijker te onderscheiden van de overige zoekresultaten.

Hoe moeten we daarmee omgaan? Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat de volgende generatie niet klakkeloos gelooft wat ze lezen en zien op hun smartphone, maar zelf nadenken en zich afvragen of het wel klopt? Goed onderwijs hierover is de eerste stap, zoals Mary Berkhout van Mediawijzer.net al bepleitte in een artikel In De Volkskrant. Zij is van mening dat ‘mediawijsheid’ een verplicht schoolvak moet worden.

Een andere deel van het probleem is volgens mij het feit dat er simpel veel meer geld wordt gestoken in commerciële uitingen dan in goede journalistiek. Wij worden dagelijks geconfronteerd met media die alleen nog maar willen publiceren als er ook een commerciële relatie is met het bedrijf waarvan het nieuws of de visie afkomstig is. Dit betekent dat de objectieve filter- en controlefunctie steeds verder wordt uitgeschakeld. Want als een bedrijf inderdaad betaalt voor publiciteit, dan krijgt dat bedrijf ook meer invloed op de inhoud en de boodschap. De redactie wordt dan overruled door de commerciële afdeling. Als dan ook de vormgeving van betaalde content nauwelijks nog verschilt van die van de redactionele artikelen, zal de lezer ook niet langer meer het verschil zien tussen betaalde en redactionele artikelen. En dat komt de geloofwaardigheid van nieuws natuurlijk niet ten goede.

Het komt er op neer dat commerciële en redactionele belangen weer meer met elkaar in balans gebracht moeten worden. Maar hoe doe je dat in deze tijd waarin mensen er steeds meer vanuit gaan dat online informatie gratis zou moeten zijn? Ik zie heel veel in het Blendle-model. Een laagdrempelige, makkelijke en voordelige manier om te betalen voor kwalitatief goede redactionele content. Dat ook de uitgeverswereld steeds meer ziet in deze aanpak, blijkt wel uit het nieuws dat de eigenaar van de Financial Times en een Amsterdams fonds hebben besloten te investeren in Blendle, na de eerdere investeringen door New York Times Company en Axel Springer. Er is weliswaar ook weerstand tegen Blendle, zoals bij NRC, dat inmiddels niet langer via Blendle te lezen is. Maar zelf denk ik dat dit – in ieder geval voorlopig – een effectief model is.

Gezien het startonderwerp van deze blog is het daarom mooi dat het educatieplatform ‘Nieuws in de klas’ van NDP Nieuwsmedia scholen een maand lang kosteloos toegang biedt tot de content in Blendle. Nu moet de overheid er voor zorgen dat die maand wordt omgezet in een permanent en ongelimiteerde toegang voor scholieren. Als dat wordt gecombineerd met goede lessen over de waarde van journalistiek en de essentiële rol die journalistiek speelt in onze democratie, kunnen we er misschien voor zorgen dat jongeren wat minder goedgelovig worden en zichzelf bij een spectaculair nieuwsberichtje op sociale media misschien even afvragen “Klopt dat wel…”?

Arnout Lansberg

Hidden Figures

Er was genoeg te doen over de Internationale Vrouwendag op 8 maart. Van het aloude verongelijkte ‘Waarom is er geen Internationale mannendag?’ (19 november, heren, geniet ervan!) tot het filosofische ‘Hebben we anno 2017 nog een vrouwendag nodig?’ (het stellen van de vraag is hem beantwoorden in dit geval). Op diverse plaatsen in het land werden marsen, lezingen, evenementen en andersoortige bijeenkomsten gehouden om het vrouw-zijn te vieren. RightBrains koos ervoor dat op toepasselijke wijze te doen met een voorpremière van de film Hidden Figures.

Hidden Figures vertelt het verhaal van drie zwarte vrouwen, als ‘computers’ in dienst van de NASA eind jaren vijftig. Om dit even in het juiste perspectief te plaatsen: de segregatie in de Verenigde Staten was op dat moment nog alom aanwezig en Rosa Parks had niet zo lang daarvoor geweigerd haar stoel af te geven aan een blanke passagier. Dat vrouwen, zwárte vrouwen, werkten aan het Space Program van de Amerikaanse overheid was dus op zijn zachtst gezegd ‘vooruitstrevend’ te noemen.

Die vooruitstrevendheid lijkt zich in veel opzichten niet in een stijgende lijn te hebben doorgezet. Natuurlijk, de Verenigde Staten hebben inmiddels een zwarte president gehad en ook het idee van een vrouwelijke president was even heel dichtbij. Maar vrouwen zijn in de IT nog steeds een uitzondering. Als’ zwarte’ vrouw (mag ik dat tegenwoordig nog zeggen?) aan het hoofd van een PR-bureau dat zich specialiseert in IT word ik vaak toch als ‘opvallend’ gekenmerkt. En, zoals RightBrains- oprichtster Geke Rosier opmerkte bij het openen van de avond, wordt in Nederland nog steeds enorm gestereotypeerd in het onderwijs: meisjes zijn niet geschikt voor exacte wetenschappen en horen aan de alfa-kant van het wetenschappelijke spectrum thuis.

Geke benadrukte dat RightBrains enorm gelooft in rolmodellen. De film is dan ook niet alleen een voorbeeld van hoe we verder moeten kijken dan waarmee we geboren worden, maar ook een inspiratiebron: laat ik me door wat dan ook tegenhouden om te bereiken wat ik wil bereiken? Grijp ik de kansen die me geboden worden? En meer nog: zie ik wel welke kansen er überhaupt voor mij zijn? Die laatste vraag geeft goed weer waar het tekort aan vrouwen in de IT vandaan komt: de IT is voor veel vrouwen een onbekende branche en onbekend maakt onbemind. Door al in het basis- en middelbaar onderwijs te stereotyperen, zullen meisjes zich minder oriënteren op beroepen in de IT, puur omdat ze hun eigen capaciteiten niet altijd zien.

Natuurlijk hebben we al een lange weg afgelegd. Vrouwen mogen studeren, werken, keuzes maken. Talloze vrouwen, van Hillary Clinton tot Angela Merkel en van Emma Watson tot Ruth Bader Ginsburg, laten daarin zien welke potentie vrouwen hebben. Op Internationale Vrouwendag spraken vrouwen van over de hele wereld zich uit over hun vrouw-zijn, hun rechten, hun kansen. En dat konden ze in veel gevallen vrijuit doen, zonder gevolgen. Toch blijft het wereldnieuws dat Lego van één van de NASA-heldinnen op wie de film gebaseerd is, Katherine Johnson, een Lego-poppetje heeft gemaakt. We verbazen ons erover dat Lego een poppetje uitbrengt dat én zwart én vrouw is. Wetenschapsauteur Maia Weinstock, bedenker van de poppetjes, noemde het zelfs ‘een droom die uitkomt’. En daar wringt hem de schoen: zou de droom niet juist moeten zijn dat niemand er meer van opkijkt dat we van vrouwelijke bèta-heldinnen een Lego-poppetje maken? Of beter nog: dat vrouwelijke bèta-heldinnen zo oververtegenwoordigd zijn dat ze niet bijzonder genoeg zijn om überhaupt model te staan voor een speelgoedfiguur?

Ik vond dat ik naar aanleiding van de film ‘Hidden Figures’ als zwarte vrouw moest reageren. Maar vervang het woord vrouw door ‘allochtoon’ dan had ik vrijwel hetzelfde verhaal kunnen schrijven. Kansen moet je zien en grijpen!

Perlita Fränkel

Newsjacking – race tegen de klok

Bij MCS PR beginnen we de dag met wat voor velen misschien een ouderwets gebruik is: het openslaan van de krant. Omdat we allemaal met onze tijd mee gaan, kan dat natuurlijk ook het surfen naar Blendle of het openen van een krantenapp zijn, maar de essentie blijft gelijk: we beginnen de dag met nieuws. Nieuws van gisteravond, van vannacht, van vanmorgen of gewoon heet van de pers. Vervolgens houden we onszelf up-to-date met Twitter, nieuwsapps en pushberichten van media. Zonde van onze tijd? Wij vinden van niet…

Iedere PR-medewerker zou een nieuwsjunkie moeten zijn. ‘Newsjacking’, het ‘kapen’ van nieuws, zorgt er niet alleen voor dat we de kans krijgen onze klanten bij media te introduceren die anders misschien niet eens aan hen gedacht hadden, maar biedt ons ook de mogelijkheid nieuwe invalshoeken te belichten die van onze klanten een autoriteit op een bepaald gebied maken.

Neem bijvoorbeeld IoT-security. Meer en meer apparaten in en om ons huis worden op het internet aangesloten; van koelkast tot stofzuiger of brandmelder. Ook onze auto’s veranderen meer en meer van vervoersmiddel in rijdende computer. Dat levert veel voordelen en gebruiksgemak op (bijvoorbeeld nooit meer verdwalen óf in de file dankzij slimmere navigatie) maar roept tegelijkertijd vragen op over de veiligheid ervan. Want zijn onze auto’s, als het rijdende computers zijn, ook te hacken?

Ja, zo bleek. Wired publiceerde een artikel over het kopiëren van autosleutels die auto’s contactloos ontgrendelen. Met een slimme truc en een beetje geduld konden hackers het signaal van de sleutel opvangen en reproduceren zodat de auto zonder sleutel geopend én weggereden kon worden. Dat is een nieuwswaardig verhaal: het raakt ons dichtbij huis (kan dat met mijn auto ook?) én we hadden er met z’n allen nog niet eerder écht aan gedacht dat iets dat ons leven zoveel makkelijker maakt, ook zulke grote nadelen kan hebben.

Aangezien MCS PR met bedrijven werkt die ontzettend veel weten van cybersecurity, konden we met dit onderwerp direct aan de slag. Want wij wisten wel iemand die de vragen over dit onderwerp gedegen en bevlogen kon beantwoorden. Wij brachten de partijen met elkaar in contact en de klant haalde de voorpagina van een goed gelezen dagblad, daarbij vragen van duizenden Nederlanders beantwoordend en zorgen wegnemend.

Het sleutelwoord bij newsjacking is timing. Ben je de eerste die achtergrond biedt? Daarnaast is het van groot belang de waarde van een nieuwsverhaal in te schatten: kunnen we met dit verhaal viral gaan? Is dit een onderwerp waar iedereen meer over wil weten en waar we de experts die we dankzij onze klanten in huis hebben op los kunnen laten? Op die manier ‘stelen’ we een goed gelezen onderwerp en geven we er een eigen draai aan. Dus zonde van onze tijd? Wij vinden van niet. Want hoe eerder wij een nieuwswaardige insteek hebben gevonden, hoe sneller we het aan de journalist voor kunnen leggen, nog voor hij zijn eerste slok koffie van die dag genomen heeft. Zodat vervolgens niet de headline van die ochtend, maar onze eigen insteek het gesprek van de dag is.