Category

Blogs

Een internationale PR-campagne? Dit zijn de do’s en don’ts!

Internationale PR - Do's & Dont's

Uitbreiden naar nieuwe internationale markt of regio is een flinke uitdaging voor een bedrijf. Naast de basiskosten voor het draaien van een internationale PR-campagne, spelen nog andere factoren een belangrijke rol. Denk bijvoorbeeld aan de taal, de cultuur en de lokale concurrentie.

Er zijn verschillende misvattingen die regelmatig opduiken rond internationale PR, vooral bij merken die geen ervaring hebben met PR-campagnes in meerdere landen. Omdat er zo veel zaken zijn om rekening mee te houden, is het niet zo vreemd dat bedrijven fouten maken als ze internationaal gaan uitbreiden. Het plannen en uitvoeren van een internationale communicatie/pr-campagne kan nu eenmaal erg complex zijn. Daarom hier een aantal do’s en don’ts om goed van start te gaan.

DO: focus!

Veel bedrijven – vooral uit de VS – willen een campagne voor ‘Europa’ of ‘Azië’. Maar zo’n aanpak is veel te breed en zal daardoor niet effectief zijn. Ieder land en iedere regio kent een eigen dynamiek en een eigen cultuur. Daarom is het belangrijk dat bedrijven apart kijken naar ieder land waar ze zich op willen focussen.

Als een klant zegt dat hij zich wil richten op ‘Europa’, is ons eerste advies altijd om de belangrijkste landen te kiezen waar hij zich wil focussen. Naast Nederland zijn dat meestal Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, simpelweg omdat dit grootste economieën zijn en dus de beste groeikansen bieden.

DON’T: ga niet voor een algemene aanpak

Een veel gemaakte fout is dat bedrijven er vanuit gaan dat de taal het enige onderscheid is tussen de verschillende Europese markten. Ze denken dat dezelfde PR-aanpak zal werken in alle landen – bijvoorbeeld door één stuk content te schrijven en dat simpelweg te vertalen. Maar de voorwaarden en eisen die door de media in de verschillende Europese landen aan content worden gesteld, zijn vaak heel anders.

De lokale cultuur speelt een grote rol. Bedrijven denken alleen aan de taal en besteden niet genoeg tijd aan het in kaart brengen van de culturele verschillen tussen landen. Die verschillen kunnen een enorme impact hebben op de dagelijkse PR-activiteiten, ongeacht of je wegkomt met een Engelstalige marketingcampagne in een ander land. Een algemene PR-aanpak voor verschillende landen zal in de meeste gevallen niet werken.

DO: zorg voor lokale woordvoerders

Of het nu gaat om een interview of om auteurs voor content, we raden sterk aan om daar lokale mensen voor in te zetten. Natuurlijk kan in een bijzonder geval een regionaal directeur (bijv. een VP EMEA) of executive van het hoofdkantoor volstaan. Maar lokale woordvoerders zijn zeer belangrijk voor het opbouwen van persoonlijke relaties met journalisten.

En denk er dan aan dat een woordvoerder geen sales-achtige titel moet hebben. Europese – en vooral Nederlandse! – journalisten staan bekend als cynisch en kritisch en zijn ‘allergisch’ voor sales- of marketingboodschappen. Ze spreken dus liever niet met mensen in zo’n functie. In het geval van een Amerikaans bedrijf zonder geschikte lokale woordvoerders, is het vaak beter om dan een Amerikaanse woordvoerder te gebruiken met een algemene, technische of CxO functietitel.

DON’T: sluit lokale teams niet buiten

Een andere vergissing die bedrijven nog wel eens maken, is dat ze alles willen regelen vanuit één land, waarbij de lokale teams in de verschillende landen worden omzeild. Door lokale teams niet bij de campagne te betrekken, zullen de lokale nuances en inzichten ontbreken die een verhaal juist interessant maken voor de lokale media.

Hoewel het werken vanuit één locatie ook voordelen kan bieden, is het essentieel om input te vragen van lokale teams over wat er speelt in hun markt en wat daar het beste werkt. Wanneer dit niet gebeurt, pakt dat op den duur nadelig uit voor internationale PR-campagnes. Het simpelweg vertalen van VS-content naar het Nederlands is bijvoorbeeld niet de juiste aanpak. Die VS-content is vaak veel commerciëler ingestoken dan acceptabel is in Europese landen en zeker in Nederland kijken de media daar kritisch naar. Het komt er op neer dat bedrijven gebruik moeten maken van de kennis van mensen die hun lokale markt kennen en het inzicht hebben dat mensen uit andere landen simpelweg niet bezitten.

Om welk land of welke regio het ook gaat, uitbreiden naar een nieuw gebied is een flinke uitdaging. En als bedrijven dat niet slim aanpakken, dat veel geld kosten. Daarom is het absoluut essentieel dat een bedrijf zich goed voorbereidt en de tijd en moeite neemt om internationale PR- en marketingcampagnes te bedenken die de beste kans van slagen hebben in de verschillende markten.

Meer weten over internationale PR-campagnes? Bezoek de website van het internationale PR-netwerk Convoy, waar MCS PR deel van uitmaakt.

Perlita Fränkel
Managing Director MCS PR

 

 

 

Het nieuwe ‘proefdier’ is digitaal

Het nieuwe ‘proefdier’ is digitaal

Ik ben erg geschrokken van het nieuws dat dierproeven met honden en katten in Nederland zijn toegenomen in plaats van afgenomen. Dat gaat me als hondenliefhebber aan mijn hart! Het is onbegrijpelijk. Cosmeticamerken kunnen het niet meer maken om hun producten op dieren te testen en onze overheid streeft naar een ‘transitie naar een proefdiervrije veiligheidsbeoordeling’. Ik dacht dus dat het sentiment rond proefdieren echt was omgeslagen. Niet dus. Maar dankzij een bijzondere technologische ontwikkeling kunnen dieronterende proeven straks de wereld uit. Dan hebben we Wereldproefdierendag (24 april) niet meer nodig!

Die ontwikkeling is de digital twin, een digitale versie van een fysieke verschijning. Dat kan bijvoorbeeld een motor zijn maar ook een onderdeel van een mens of dier, zoals een hart of het zenuwstelsel. Zo’n digitale tweeling dient om van alles uit te proberen, bijvoorbeeld nieuwe behandelmethoden, zonder dat de fysieke tegenhanger daar last van heeft of zelfs verloren gaat.

Deze technologie, gekoppeld aan de onvoorstelbare mogelijkheden van artificial intelligence en machine learning leent zich prima voor toepassingen in de gezondheidszorg. Denk aan gepersonaliseerde gezondheidsmodellen van patiënten die voortdurend op basis van data kunnen worden aangepast. Zo kan een optimale dosis van medicijnen worden bepaald. Uiteindelijk zou zo een digitaal model van de patiënt gebouwd kunnen worden, waarop behandelingen en medicijn eerst grondig getest kunnen worden voordat ze aan de fysieke patiënt worden aangeboden.

Proefdieren zijn dan echt niet meer nodig. Het dierenleed dat we nu, ondanks allerlei regulering, maar al te vaak zien is dan echt verleden tijd. En het komt de patiënt natuurlijk ook ten goede. De tests worden niet alleen op de virtuele mens uitgevoerd, maar zelfs op de individuele patiënt. Dan valt werkelijk elk argument weg dat er nog zou zijn voor proefdieren, voor welke toepassing dan ook! Gebruik van proefdieren zal maatschappelijk volstrekt onaanvaardbaar worden.

Dat dit kan, bewijst het volgende. Een eeuw geleden was het in ons land nog gangbaar om honden als trekdier in te zetten: goedkoop en ruim voorhanden. Voor bijvoorbeeld de bakker en melkboer. Maar ook toen al vonden mensen dit onaanvaardbaar. In 1010 kwam er een Trekhondenwet die allerlei beperkingen oplegde en in 1912 werd de Anti-Trekhonden Bond opgericht – die nu nog bestaat als de Koninklijke Hondenbescherming. Gaandeweg verdween de hond als trekdier uit het straatbeeld. Het gebruik van een hond als trekdier werd overigens pas in 1962 helemaal verboden.

Dankzij de digitalisering hoop ik dat het gebruik van proefdieren heel wat sneller de wereld uit is. Dat moet kunnen, want van de trekhond bestaat nu ook in een digitale (robot)versie. Die krijgt het zelfs voor elkaar om een vrachtwagen voort te trekken. En zonder dat iemand er aanstoot aan neemt. Nu de proefdieren nog!

Perlita Fränkel
Managing Partner MCS PR

 

 

Earth Day: 22 April 2019

Blog: Earth Day

Yesterday was Earth Day.

Consider this, there is no life on Mars, Venus or the Moon, only on earth do the crucial elements combine perfectly to enable life.

OK, many of you will say… but hey, we are surely not alone in this huge area we call ‘space’, surely there are other intelligent beings out there.

Now that’s a word: intelligent. I think it depends on your definition of intelligent.

We consider ourselves the most intelligent species on earth. Yet we are the most destructive species of all. The most intelligent species is also the most stupid. Only humans destroy their own environment and keep doing so day after day after day…. So, looking at the big picture, how intelligent are we really?

If you are wondering why we need an Earth Day, it’s so that maybe just one day a year we can refrain from causing havoc to our environment and the other species we share this planet with. If you think this isn’t really necessary or important, visit www.earthday.org to wise-up, read and learn. You’re an intelligent human being aren’t you? You can do it!

If you’ve read some of my previous blogs, it’s no surprise that for many, many years now I have been an avid fan of Sir David Attenborough.

Through his ground-breaking nature programs, Sir David has spent his lifetime educating us about the beauty, diversity and the general awesomeness of nature as well as not shying away from speaking passionately about the need for us to change our ways and start taking better care of nature and the animals we share earth with. Now in his 90’s, he is even more outspoken and emphasizes that we really have to change our ways now or we can no longer undo the damage and our lives will change forever.

Like Sir David, I believe that every single species has a crucial purpose in the circle of life. If we eliminate one, it has dire consequences for all others. If we don’t all commit – and I’m referring to each and every one of you, then we should not grumble when nature is upset and fights back. Expect more rain, more tsunami’s, more floods, more extreme storms, tornado’s, hurricanes, wild fires, earthquakes and scorching temperatures in summer. And don’t blame others when earth is so overpopulated it can no longer feed all of us, or provide clean drinking water or has any unpolluted air left. Don’t be the one who has to tell your grandchildren that you thought other things were/are more important in your life. I sincerely hope you are more intelligent than that!

So today, in recognition of Earth Day, do something new! Join the largest environmental movement in the world (or should I say on Earth?). Commit to doing something positive to slow down the roller-coaster that is climate change, drink from a glass instead of from plastic and if you do, throw it in a bin instead of the street, river, ocean, forest, beach, park…etc, etc, etc. Or join one of the many worthwhile charities truly committed to protecting endangered species.

And once you have done that, reward yourself by watching one of the awesome nature series available today. Through technology, they show you the earth as you have never seen it before, from new perspectives and angles, but also more intimately and very up-close and personal. The best ones are narrated (of course) by the soothing and globally recognizable voice of David Attenborough. Enjoy what your earth gives to you and celebrate the beauty all around you. You know, it might be gone tomorrow!

Marguerite van der Heijden
Senior Consultant MCS PR

 

Willen we eigenlijk wel mee in de digitalisering?

Schoolbank blijft leeg

Met de snelle opmars van de digitalisering en van robotica, AI, big data en algoritmen in het bijzonder, zijn er fundamentele issues boven water gekomen. Issues die de nodige controverse opleveren. Neem de werkgelegenheid. Die verdwijnt, zegt de ene groep deskundigen. Welnee, zegt de andere groep, er ontstaan juist nieuwe banen. Een derde groep geeft de twee andere groepen gelijk en zoekt de oplossing in een leven lang leren van digitale vaardigheden. De vraag is alleen: wie kan dat en wie wil dat? Afgaand op het jaarlijkse rapport van de onderwijsinspectie – de Staat van het Onderwijs – laten we talent liggen.

Het lijkt zo’n voor de hand liggende oplossing: voortdurend nieuwe dingen leren, steeds bijblijven, meebewegen met de razendsnelle ontwikkelingen. Allemaal clichés die de afgelopen tijd in een rap tempo door de realiteit zijn ingehaald. Wat hiervan te denken: ‘Leraren slaan alarm: scholen stoppen met informatica in de bovenbouw’ en, als klap op de vuurpijl, ’Driekwart van de werkenden wil niet op cursus’?

Opmerkelijk is dat het probleem waar de leraren alarm over slaan al 10 jaar oud is: docenten informatica zijn nauwelijks te vinden, terwijl het structurele tekort aan digitaal talent al veel langer speelt dan een decennium. Zelfs in het economisch gure klimaat van de afgelopen crisis is dat tekort blijven bestaan. En áls er dan cursussen en opleidingen worden aangeboden, blijkt dat driekwart van de werknemers daar helemaal geen trek in heeft.

Ik ben bang dat er een heikel vraagstuk speelt waar je nauwelijks wat over leest. Zijn er wel voldoende mensen die het in zich hebben om tot digitaal talent uit te groeien? Het ziet er naar uit dat de meesten er teveel moeite in moeten steken om digitaal verder te komen. Dat driekwart van de werkenden er geen zin heeft in een cursus onderstreept dit. De volgende vraag: hoe komt dat?

Is het de huidige zesjes-cultuur? Of is digitalisering gewoon te moeilijk? Het begint in beide gevallen met het onderwijs. De kwaliteit daarvan holt over de hele linie, van basisonderwijs tot universiteit, achteruit. Er worden allerlei oorzaken genoemd. Een daarvan is schrijnend in het licht van het voorgaande: ‘Onderwijsvernieuwers willen de breuken afschaffen’. Hiermee zou de eerste kennismaking met eenvoudige algoritmen de nek omgedraaid worden. Een dieptepunt in een traject van versimpeling dat al jaren gaande is. Het zoveelste voorbeeld van de opvatting dat het onderwijs vooral niet te moeilijk mag zijn. Hoe diep het onderwijs intussen gezakt is blijkt wel uit het feit dat er bij BNR wordt geadverteerd voor rekenles.

Bovengenoemd rapport van de onderwijsinspectie signaleert dat het niveau vooral bij hoger presterende leerlingen daalt en dat de groep lager presterende leerlingen groter wordt. Zo wordt het nooit wat met een leven lang leren.

Als het onderwijs niet snel een forse kwaliteitsimpuls krijgt, zal het uitdraaien op een tweedeling. Een grote meerderheid die opgelucht is dat school niet meer hoeft en dus ook niet verder komt. En een enkeling die nog de zin inziet van éducation permanente en straks de zaken gaande moet houden.

Hans van Raaij
Senior Consultant, MCS PR

 

 

 

 

 

 

Het is vandaag IoT Day! (wist u dat…?)

IoT Day

Wist u dat vandaag 9 april, IoT Day is? Het ‘Internet of Things’, we worden er inmiddels vrijwel dagelijks mee geconfronteerd. Het lijkt misschien alsof het IoT pas iets is van de afgelopen vijf jaar of zo, maar in feite werd de term ‘Internet of Things’ mogelijk al in 1999 bedacht door Kevin Ashton van Procter & Gamble (ok, hij had het over het ‘Internet FOR Things’, maar hij bedoelde min of meer hetzelfde). Het concept van allerlei apparaten die via internet met elkaar zijn verbonden is zelfs nog ouder: al in 1982 werd een Coca-Cola machine bij Carnegie Mellon University in Pittsburgh aan het internet (toen nog vrijwel onbekend buiten de wetenschappelijke wereld) gehangen. Een aantal microschakelaars kon meten hoeveel flesjes cola er nog in iedere rij van de machine zaten en dit kon via een serverprogramma worden geraadpleegd, inclusief hoe lang elk flesje in de machine zat. Zo kon je zien welke rij flesjes je moest kiezen om een lekkere koude Coca-Cola te pakken te krijgen.

Het principe dat hier werd neergelegd, is in feite nog steeds de basis van het IoT. We hebben het niet  meer over microschakelaars, maar over sensors. En dat serverprogramma is geëvolueerd tot het veelvoud aan internet- en clouddiensten die het IoT daadwerkelijk bruikbaar maken. Om nog maar te zwijgen over de evolutie van het Internet zelf. Maar het idee om allerlei gegevens van ‘domme’ machines uit te lezen, deze te analyseren en vervolgens op basis van die analyse de beste beslissingen of vervolgstappen te nemen, dat is waar het IoT voor een belangrijk deel om draait.

Het IoT is veel meer dan slimme apparaten thuis

Hoewel we het begrip IoT regelmatig tegenkomen, zijn er toch nog steeds misverstanden. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat het gaat om allerlei handige, slimme apparaten thuis. We kennen de voorbeelden wel: de slimme koelkast die aangeeft dat de melk op is, de slimme thermostaat die via internet uitgelezen en bediend kan worden, of lichtschakelaars waarmee je via een app de verlichting thuis kan instellen. We hebben het dan over smart home-apparatuur, dat weliswaar ook deel uitmaakt van het IoT, maar eigenlijk slechts een klein deel. De échte potentie van het IoT zit ‘m niet in handige snufjes die ons leven makkelijker maken. Nee, het gaat om het verzamelen van kritieke gegevens van alle mogelijke machines, producten, apparaten en onderdelen. Gegevens die ervoor zorgen dat we meer weten over de status van die systemen en die leiden tot de juiste acties. Dit gaat ervoor zorgen dat industriële processen efficiënter, duurzamer en veiliger worden, dat auto’s veiliger en uiteindelijk ‘zelfrijdend’ worden, dat leveranciers en transporteurs precies weten waar een levering zich bevindt en wat de status is en nog veel meer. De mogelijkheden zijn eindeloos.

 

Maar het verzamelen en analyseren van al die informatie heeft ook een keerzijde. Denk aan de beveiliging van de verzamelde gegevens, gevolgen voor de privacy of zelfs het bewust vervalsen van IoT-data, waardoor schade kan ontstaan. Over deze thema’s wordt stevig gediscussieerd, waarbij de roep om betere regulering en meer samenwerking tussen het bedrijfsleven en de overheid steeds luider klinkt.

IoT is here to stay

Hoe dan ook, het IoT is niet meer weg te denken. Het heeft zich in de 20 jaar sinds het bedenken van de term ontwikkeld van mooie toekomstvisies tot praktische, waardevolle en zelfs essentiële toepassingen. En het lijkt erop dat deze ontwikkeling de komende jaren alleen nog maar sneller gaat. Volgens Cisco zullen er in 2022 maar liefst 14,6 miljard IoT-apparaten zijn, een onvoorstelbaar aantal.

Als communicatie- en PR-bureau gespecialiseerd in de technologiesector, houden wij ons al heel lang bezig met het IoT en hebben van dichtbij met onze clienten meegemaakt hoe het IoT zich heeft ontwikkeld en welke innovaties daarmee mogelijk zijn. Het is vrijwel zeker dat er de komende jaren nieuwe toepassingsmogelijkheden en nieuwe technologieën ontstaan die het IoT nog breder en nog zinvoller gaan maken, op manieren die we nu nog niet kunnen bedenken. Zoals het Amerikaanse gezegde luidt: you ain’t seen nothing yet!

Ik wens u een goede IoT Day!

 

 

Help! We lijden aan technostress!

We lijden aan ‘technostress’. Volgens een onderzoek van de Nederlandse Beroepsvereniging van Professional Organizers (NBPO) zorgen technologische innovaties bij maar liefst één op de vijf werknemers tot stress. Nieuwe IT-tools, nieuwe zakelijke apps en andere digitale vernieuwingen, we houden het gewoon niet meer bij.

Het is niet bepaald een nieuw fenomeen. Al in 1984 werd deze term voor het eerst gebruikt als aanduiding voor de onmogelijkheid om op een gezonde manier met nieuwe computertechnologieën om te gaan (Brod, 1984). Met ‘technostress’ bedoelen we de som van alle negatieve effecten die ontstaan wanneer mensen proberen om met nieuwe IT om te gaan. Die negatieve effecten zijn het gevolg van de noodzaak om steeds nieuwe technologische vaardigheden te leren.

Hoog tempo

Hoewel ik zelf al bijna mijn hele volwassen leven bezig ben met computertechnologie en technologische innovaties, kan ik me voorstellen dat veel mensen hiermee worstelen. En niet alleen op zakelijk vlak, maar ook in hun privéleven. Denk aan nieuwe mobiele apps of sociale mediakanalen, om de nieuwste versies van Windows en Office, of het groeiende aantal online accounts en de bijbehorende wachtwoorden. Het is wel erg veel en het gaat allemaal erg snel. We zijn nauwelijks gewend aan de ene nieuwe versie of feature, of de volgende komt er al weer aan. Dat is voor veel mensen teveel.

Er zijn wel weer handige tools die daarbij kunnen helpen, maar die leveren op hun beurt soms ook weer stress op. Neem bijvoorbeeld al die online accounts die we tegenwoordig nodig hebben voor van alles en nog wat. Al die accounts vereisen een gebruikersnaam en een – liefst uniek en complex – wachtwoord. Dat is niet bij te houden door de gemiddelde persoon. Het gevolg is dat we al snel makkelijk te onthouden wachtwoorden kiezen, of hetzelfde wachtwoord gebruiken voor meerdere online accounts. Met alle risico’s van dien. Er is gelukkig een handige oplossing: de wachtwoordmanager, zoals LastPass, 1Password of TrueKey. Die slaan je wachtwoorden veilig op, genereren complexe, unieke wachtwoorden voor je accounts (die je dus niet zelf hoeft te onthouden) en vullen die gegevens automatisch in als je op een site inlogt. Super handig. Maar hoe makkelijk en logisch die tools voor een redelijk techsavvy persoon ook zijn, voor veel mensen zorgen ze op hun beurt weer voor stress en frustratie.

Zo moet je de toegang tot zo’n passwordmanager natuurlijk extra goed beveiligen. Dus dat vraagt om een écht complex en/of lang wachtwoord. En bij voorkeur om tweetrapsauthenticatie, bijvoorbeeld met Google Authenticator. Allemaal lastige extra stappen die de stressmeter in het rood duwen. Daar komt bij dat die wachtwoordmanagers ook niet foolproof zijn. Op sommige sites werken ze niet, omdat er een niet-standaard loginscherm wordt gebruikt. Dus dan moet je je gebruikersnaam en het wachtwoord opzoeken en copy/pasten. Ik denk er zelf nauwelijks bij na, maar dat is voor veel mensen opnieuw een uitdaging. Het gevolg: er wordt al snel een makkelijk wachtwoord gebruikt, of de extra beveiligingsfuncties van de wachtwoordmanager worden uitgeschakeld.

Geen paniek

We hebben ook niet altijd zelf de controle over welke technologische innovaties we ons eigen moeten maken. Bedrijven kiezen ervoor om bepaalde zakelijke toepassingen of mobiele apps te gebruiken. Daar zul je als medewerker toch mee moeten omgaan. Goede training en hulp door collega’s kunnen daarbij uitkomst bieden. Lastiger is het feit dat er constant nieuwe functies worden toegevoegd of de gebruikersinterface wordt aangepast door softwareleveranciers. Denk bijvoorbeeld aan Windows en Office 365. Daar wordt voortdurend aan gesleuteld om ze ‘beter’ te maken. Maar dat betekent voor gebruikers dat ze soms ineens een heel ander scherm voor zich zien dan ze gewend zijn. Niet in paniek raken en goed kijken wat er op het scherm te zien is, is dan een goed advies. Dan blijkt vaak al snel dat het allemaal wel meevalt.

Even stilstaan

Er zijn veel tips op internet te vinden over hoe om te gaan met technostress. Daar heeft de een meer aan dan de ander. De harde werkelijkheid is dat we niet altijd een keuze hebben, dus we zullen op de een of andere manier toch met die nieuwe technologie om moeten gaan. Het alternatief is namelijk dat we achterop raken, geen toegang meer hebben tot online diensten of onszelf en de organisatie waar we werken in gevaar brengen. Maar de ontwikkelaars van al die diensten en toepassingen en de organisaties die ze inzetten zouden soms ook even moeten stilstaan en beter nadenken. Nadenken hoe ze die mensen kunnen helpen voor wie al die technologie niet allemaal zo makkelijk en vanzelf te gebruiken is.

Arnout Lansberg

Connected Conservation

Having learned so much about animal conservation during the years I had the pleasure of looking after the programme publicity for Animal Planet in the Benelux, I am amazed at the giant steps recently made in nature conservation through the development of technology.

Animal Planet has turned me into a nature conservationist and I follow many projects around the world where people are doing incredible work like cleaning garbage out of India’s rivers with a garbage-robot. But one of the most awesome projects is the Ocean Cleanup project. The scale of the problem is so immense that using traditional methods (such as vessels and nets) would take thousands of years and cost way too much for anyone to initiate such an endeavour. This cleanup system uses algorithms to help specify optimal location deployment and is powered by solar energy. It is estimated that the cleanup will now take only (!!) 5 years and at a fraction of the cost.

Dutch inventor Boyan Slat was only 16 years old when he started thinking about how to clean up the massive plastic soup in the Pacific, better known as the Great Pacific Garbage Patch. Boyan was recently a guest on DWDD (uitzending gemist: Monday 24 September) to talk about the final ‘dress rehearsal’ they are currently doing with the cleanup system outside of San Francisco. If this works (and I sincerely hope it does) Boyan wants to launch 60 cleanup systems. He cannot do this alone and needs funds, lots of funds! I urge you to donate what you can afford. Check out the site (link above) for details.

Tech develops at warp-speed

I can remember when Animal Planet introduced an innovative new project in 2003 to learn more about the behaviour and language of elephants when they’re in the bush and we cannot track them. Animal Planet researchers installed a camera around the neck of the matriarch, calling it Elevision. This way, we could see and hear them (one had to be within close range to catch the radio signal) while the elephants roamed about undisturbed and unaware of the humans in their environment.

Cameras were also disguised in big heaps of elephant dung, in trees, under rocks, basically using any natural element to disguise them. Of course tracking animals has been going on for quite a while and it has given us many insights. We have learned so much from the data that we now have a much better understanding of many different species and their environment and so become much more effective in our conservation efforts.

Everything Connected

Today, IoT technology helps with a pro-active approach to warn when humans are in the area, rather than focus on tagging the animals. Now the defence system has sensors around the perimeter, LAN and CCTV at every gate, Wifi and LORA technology , as well as drones and thermal cameras everywhere. All passes are scanned and linked to databases via biometrics. This way, poachers can be spotted well before they have a chance to slaughter the animal they are hunting.

One such project is the Connected Conservation program made possible by Dimension Data and Cisco in their effort to save the rhino’s. Started in 2015 they managed to cut rhino poaching by 96% in the first year and are now ready to build on their success in Zambia to reduce local elephant poaching. Check this animated clip to see the future plans to eradicate all forms of poaching around the world. What a great ambition and one that would never be possible without technology. With the developments in tech coming at us in warp-speed, who knows what will be possible in 10 years’ time? From Elevision to Connected Conservation in only 15 years… I can’t wait to see what nature conservation will look like in 2030!

And if you are still wondering why we should put all our efforts in conserving nature and all the animals on our planet, watch ‘Planet Earth’. Produced by BBC and Discovery Networks, as only these two giants in nature documentaries can. Of course they have all the resources at their fingertips, including the latest technology.

The series shows us nature as never seen before thanks to the innovative use of technology. I clearly remember seeing the absolutely stunning images of a giraffe roaming leisurely in a stream without a worry in the world and any inclination that a camera is hanging way above his/her head and giving us full views through the use of super HD 360-degree camera technology and drones. Zooming in on the giraffe, you can count his/her eyelashes – it’s that sharp. And this is just one example of the technology used in the series. Drones show animals in natural behaviour as we have never seen before and the level of detail and the close-ups in HD quality are so stunning, you catch yourself holding your breath in amazement. The second series of Planet Earth is even more spectacular. Showing us again just how beautiful, diverse, and wonderful our planet is and all that live here. It’s the showcase for all the efforts conservationists make and why conserving the planet should be every governments top priority. No ifs, ands or buts!

Marguerite van der Heijden
Sr. Consultant MCSPR | Check Twice

Nog even en we praten liever digitaal

Verborgen in een weinig opvallend bericht in de Telegraaf (12 sept 2018, T24) staat dit: ‘Amerikaanse tieners communiceren liever online met hun vrienden dan in persoon’. In een tijd waarin alle aandacht gaat naar de (potentieel) overweldigende impact van artificial intelligence, machine learning, algoritmen en robotics, zien we hier alvast één fundamentele verandering dankzij technologie. Jarenlang zagen we geruststellende berichten dat ondanks alle social media het ‘echte, persoonlijke contact’ de voorkeur had. Dat is nu kennelijk verleden tijd. Is dat erg?

Het onderzoek van Common Sense Media waar het bericht op is gebaseerd, beperkt zich tot Amerika. Zoals we weten gebeurt alles in Nederland later, zodat hier het persoonlijk contact nog even bovenaan staat. Lang zal dat niet duren, er is geen ontkomen aan andere opvattingen over communicatie. Interessant is dat het onderzoek aangeeft dat de jongeren (het gaat om 13- tot 17-jarigen) niet platgewalst worden door de oprukkende communicatietechnologie. Integendeel, ze blijken zich zelfs zeer bewust te zijn van de keerzijden van deze technologie, zoals de kans op verslaving en het afleiden van belangrijke zaken zoals huiswerk.

Symbiose

Wat we hier zien is het begin van een werkelijke symbiose tussen mens en technologie. Blijkbaar heeft online iets bijzonders in het contact tussen mensen te bieden. Het is veelzeggend dat dit bij jongeren nu zo ervaren wordt. Ze zijn met technologie opgegroeid, maar hun ervaring met communicatie is nog beperkt en allerlei opvattingen van oudere generaties over hoe communicatie tussen mensen dient te verlopen zullen nog niet veel impact hebben. Dat zij een open oog hebben voor de keerzijden is een bemoedigende uitkomst. Het maakt de kans op een goede balans tussen mens en technologie veel groter.

Voorkom ongelukken

Als we het in dit licht bekijken is er ook niets mis met die symbiose. Je mag hopen dat we als mensheid veel meer op deze manier met technologie zullen omgaan. Een beter zicht op waar technologie echt iets toevoegt en waar juist niet, voorkomt ongelukken. En ja, dan kan het gebeuren dat technologie de plaats inneemt van iets waarvan eerdere generaties vinden dat het aan mensen voorbehouden moet zijn.

Ongemakkelijke gevoelens

Technologie kan nu taken automatiseren die tot voor kort alleen door mensen uitgevoerd konden worden. Afgezien van het verdringen van banen (daar is al genoeg over geschreven) zorgt dat voor ongemakkelijke gevoelens. Denk maar aan de zorgrobot. Wie wil er door een machine, waarvan we denken dat er geen werkelijk contact mee mogelijk is, verzorgd worden? Zodra we andere opvattingen krijgen over wat ‘werkelijk contact is’ zal ongetwijfeld ons standpunt veranderen. Dan kan het zelfs gebeuren dat mensen de voorkeur geven aan een zorgrobot boven een zorgmens. Erg lijkt me dat niet, tenminste als het weloverwogen gebeurt.

Hans van Raaij

Senior Consultant MCS PR

Crisiscommunicatie

Het begint op te vallen: er breekt een crisis uit, er ontstaat een enorm gedoe, vervolgens krijgen we een ongeloofwaardig verhaal en er wordt nog even sorry gezegd. En weg is de crisis. Dit gaat onder meer over het niet aflatende gedoe rond de dividendbelasting en over de kwestie Facebook/Cambridge Analytics. Natuurlijk, het Facebook-datalek was ‘allang’ bekend en of de memo’s over de dividendbelasting herkenbaar waren als echte memo’s wisten de betrokken politici natuurlijk best. Opmerkelijk aan beide gevallen is dat het er niet eens toe doet hoe het precies is gelopen. Hoe je het bréngt, dat is tegenwoordig veel belangrijker.

Waarom heeft Facebook niet meteen ingegrepen toen het wist van de praktijken van Cambridge Analytics? Waarom is er geen open kaart gespeeld over de afschaffing van de dividendbelasting? Omdat het allemaal niet in de kraam te pas kwam. Het is elke keer weer een raadsel waarom bedrijven, politici, noem maar op, het idee hebben dat je vandaag de dag iets onder de pet kunt houden. Vroeg of laat komt het uit. Een vasthoudende journalist, een klokkenluider of gewoon een verspreking is voldoende om een mediastorm te ontketenen. De oppositie beticht onze minister-president van leugens, een cabaretier begint een actie om Facebook te verlaten. Maakt allemaal niet uit, de storm is alweer gaan liggen.

Het is natuurlijk verstandig om goed op een crisis voorbereid te zijn. Crisiscommunicatie is zelfs een discipline. Je bepaalt vooraf wie de woordvoerders zijn, je bereidt hen voor op wat zij kunnen of moeten zeggen, en wat niet. Vooral niet speculeren over zaken die je nog niet weet en geen dingen verzinnen, maar overbrengen dat de crisis voortvarend wordt aangepakt. En hou betrokkenen steeds op de hoogte. Draagt allemaal bij aan geloofwaardigheid. Daar draait het om, zou je denken.

In de bovengenoemde crises hebben de betrokkenen precies het tegenovergestelde gedaan: een mist optrekken, zich overgeven aan haarkloverijen over wat een ‘memo’ precies is en wie wat wanneer wist. Onwelgevallige zaken zijn zo lang mogelijk aan het zicht onttrokken en toen dat echt niet meer ging, kwamen halfslachtige excuses: ‘we hadden het misschien(!) beter moeten doen’.

Wat is hier toch aan de hand? Een paar jaar geleden was ‘authenticiteit’ een sleutelwoord in communicatie. Doe je niet anders voor dan je bent. Authentiek zijn, dat doet wonderen voor je geloofwaardigheid. Maar zou het ook maar iets hebben uitgemaakt wát de betrokken over bovengenoemde kwesties hebben gezegd? Hebben de hoofdrolspelers uit bovengenoemde crisissituaties zich anders voorgedaan dan ze zijn?

Nadat de memo-kwestie in de Kamer was besproken verschenen talloze beschouwingen over het optreden van de minister-president. Bijna bewonderende verhalen over hoe hij, voor de zoveelste keer, een verbaal rookgordijn wist op te trekken waar geen doorkomen aan was. Het aandeel Facebook is nu voor het eerst boven $200 gekomen. Enkele maanden geleden, toen bekend werd dat de data van 87 miljoen Facebook-gebruikers naar Cambridge Analytica gelekt waren, was het aandeel gedaald tot onder de $150. Dat was maar even. Het bedrijf is sinds het datalek maar liefst een derde méér waard geworden.

De conclusie is onontkoombaar: zij zijn absoluut authentiek geweest. En dan kom je tegenwoordig met heel veel weg. Bovendien, als je flink over de schreef bent gegaan en je klanten of kiezers lopen niet weg omdat ze producten of partij echt niet willen missen, waarom zou je daar dan mee zitten? Maar voor communicatie is het de doodsteek.

Hans van Raaij

30 juni: happy #SMDay!

Misschien wist u het al: morgen, zaterdag 30 juni is Social Media Day. Een speciale dag die in 2010 door nieuwssite Mashable is gelanceerd om even stil te staan bij de mogelijkheden, de voordelen en ja, ook de nadelen van sociale media.

Het fenomeen dat we vandaag kennen als ‘sociale media’ is eigenlijk van start gegaan aan het begin van de ‘2000s’. Toen zijn platforms als MySpace en LinkedIn opgericht, al spoedig gevolgd door Facebook (2004; aanvankelijk alleen toegankelijk op Harvard College, in 2006 werd FB openbaar) en YouTube (2005). Twitter volgde in 2007, WhatsApp in 2009, Instagram in 2010 en Pinterest en Snapchat verschenen in 2011 op het sociale media-toneel.

Impact

Er zijn weinig technologische ontwikkelingen die zo snel zo’n grote impact hebben gehad op ons leven, zowel zakelijk als privé. Het heeft ons leven verrijkt. We onderhouden contact met vrienden, familie, collega’s, we leren nieuwe mensen kennen, we vinden nieuwe banen, doen zaken, allemaal op een ongekende schaal. Volgens de statistiekenwebsite Statista zijn er wereldwijd ruim 2,2 miljard mensen lid van Facebook, 1,5 miljard mensen gebruikt WhatsApp, ruim 800 miljoen zit op Instagram, Twitter telt 220 miljoen gebruikers en op LinkedIn zijn 260 miljoen zakelijke contacten te vinden. Praktisch gezien maakt vrijwel iedereen in de ontwikkelde wereld gebruikt van minstens één social media-platform. Zelf zit ik dagelijks op Twitter, LinkedIn en Facebook. Voor mij persoonlijk zijn het niet alleen belangrijke communicatiemiddelen, maar ook onmisbare bronnen van nieuws.

Here to stay

Maar met dat groeiende gebruik is ook de kritiek toegenomen. Net als bij iedere technologische/maatschappelijke ontwikkeling moeten we ons bewust zijn van de potentiële risico’s. We zitten teveel op sociale media, hebben niet genoeg aandacht voor persoonlijk contact en zijn te gefocust op ‘likes’ en ‘volgers’ en ‘shares’. De afgelopen maanden was er vooral aandacht voor de impact van sociale media voor onze privacy en voor de gevaren van ‘nepnieuws’ en manipulatie. En net als bij iedere technologische/maatschappelijke ontwikkeling zullen we manieren vinden om met deze risico’s om te gaan. Want een ding is zeker: sociale media zijn ‘here to stay’. We kunnen eigenlijk niet meer zonder voor onze dagelijkse communicatiebehoeften. Als er een storing is bij Twitter of WhatsApp, is er al snel sprake van een lichte paniek. Dan moeten we weer ‘ouderwets’ gaan bellen of SMS-en. Een drama!

Onderdeel van geïntegreerde communicatie

Als PR-bureau zijn wij natuurlijk ook al heel lang bezig met het inzetten van sociale media voor de communicatie van onze cliënten. Geïntegreerde communicatiecampagnes, waarbij sociale media onmisbaar zijn om een boodschap te versterken en het bereik van een artikel, persbericht, blog, etc. te vergroten, zijn een vast onderdeel van onze voorstellen en plannen. Essentieel daarbij is wel de hulp van de medewerkers van het bedrijf. Zij zijn namelijk de ambassadeurs van het bedrijf, ook op sociale media. Ze kunnen via sociale media heel goed een blog of artikel onder de aandacht van de juiste doelgroepen brengen of zorgen voor meer bezoekers aan de website. Indien nodig, kunnen wij daarvoor kant-en-klare content leveren. Het bewustzijn over de zakelijke mogelijkheden van sociale media kan dus nog best wel een zetje krijgen.

Social Media Day is dan ook een prima moment om even stil te staan bij het de kansen en het potentieel van sociale media. Post een interessant nieuwtje, reageer op een post van een klant, deel een update van de organisatie, maak nieuwe connecties! Het kost weinig tijd en wie weet welke nieuwe kansen er zo ontstaan?

Alvast een fijne #SMDay, allemaal!

Arnout Lansberg