All Posts By

Hans van Raaij

Willen we eigenlijk wel mee in de digitalisering?

Schoolbank blijft leeg

Met de snelle opmars van de digitalisering en van robotica, AI, big data en algoritmen in het bijzonder, zijn er fundamentele issues boven water gekomen. Issues die de nodige controverse opleveren. Neem de werkgelegenheid. Die verdwijnt, zegt de ene groep deskundigen. Welnee, zegt de andere groep, er ontstaan juist nieuwe banen. Een derde groep geeft de twee andere groepen gelijk en zoekt de oplossing in een leven lang leren van digitale vaardigheden. De vraag is alleen: wie kan dat en wie wil dat? Afgaand op het jaarlijkse rapport van de onderwijsinspectie – de Staat van het Onderwijs – laten we talent liggen.

Het lijkt zo’n voor de hand liggende oplossing: voortdurend nieuwe dingen leren, steeds bijblijven, meebewegen met de razendsnelle ontwikkelingen. Allemaal clichés die de afgelopen tijd in een rap tempo door de realiteit zijn ingehaald. Wat hiervan te denken: ‘Leraren slaan alarm: scholen stoppen met informatica in de bovenbouw’ en, als klap op de vuurpijl, ’Driekwart van de werkenden wil niet op cursus’?

Opmerkelijk is dat het probleem waar de leraren alarm over slaan al 10 jaar oud is: docenten informatica zijn nauwelijks te vinden, terwijl het structurele tekort aan digitaal talent al veel langer speelt dan een decennium. Zelfs in het economisch gure klimaat van de afgelopen crisis is dat tekort blijven bestaan. En áls er dan cursussen en opleidingen worden aangeboden, blijkt dat driekwart van de werknemers daar helemaal geen trek in heeft.

Ik ben bang dat er een heikel vraagstuk speelt waar je nauwelijks wat over leest. Zijn er wel voldoende mensen die het in zich hebben om tot digitaal talent uit te groeien? Het ziet er naar uit dat de meesten er teveel moeite in moeten steken om digitaal verder te komen. Dat driekwart van de werkenden er geen zin heeft in een cursus onderstreept dit. De volgende vraag: hoe komt dat?

Is het de huidige zesjes-cultuur? Of is digitalisering gewoon te moeilijk? Het begint in beide gevallen met het onderwijs. De kwaliteit daarvan holt over de hele linie, van basisonderwijs tot universiteit, achteruit. Er worden allerlei oorzaken genoemd. Een daarvan is schrijnend in het licht van het voorgaande: ‘Onderwijsvernieuwers willen de breuken afschaffen’. Hiermee zou de eerste kennismaking met eenvoudige algoritmen de nek omgedraaid worden. Een dieptepunt in een traject van versimpeling dat al jaren gaande is. Het zoveelste voorbeeld van de opvatting dat het onderwijs vooral niet te moeilijk mag zijn. Hoe diep het onderwijs intussen gezakt is blijkt wel uit het feit dat er bij BNR wordt geadverteerd voor rekenles.

Bovengenoemd rapport van de onderwijsinspectie signaleert dat het niveau vooral bij hoger presterende leerlingen daalt en dat de groep lager presterende leerlingen groter wordt. Zo wordt het nooit wat met een leven lang leren.

Als het onderwijs niet snel een forse kwaliteitsimpuls krijgt, zal het uitdraaien op een tweedeling. Een grote meerderheid die opgelucht is dat school niet meer hoeft en dus ook niet verder komt. En een enkeling die nog de zin inziet van éducation permanente en straks de zaken gaande moet houden.

Hans van Raaij
Senior Consultant, MCS PR

 

 

 

 

 

 

Nog even en we praten liever digitaal

Verborgen in een weinig opvallend bericht in de Telegraaf (12 sept 2018, T24) staat dit: ‘Amerikaanse tieners communiceren liever online met hun vrienden dan in persoon’. In een tijd waarin alle aandacht gaat naar de (potentieel) overweldigende impact van artificial intelligence, machine learning, algoritmen en robotics, zien we hier alvast één fundamentele verandering dankzij technologie. Jarenlang zagen we geruststellende berichten dat ondanks alle social media het ‘echte, persoonlijke contact’ de voorkeur had. Dat is nu kennelijk verleden tijd. Is dat erg?

Het onderzoek van Common Sense Media waar het bericht op is gebaseerd, beperkt zich tot Amerika. Zoals we weten gebeurt alles in Nederland later, zodat hier het persoonlijk contact nog even bovenaan staat. Lang zal dat niet duren, er is geen ontkomen aan andere opvattingen over communicatie. Interessant is dat het onderzoek aangeeft dat de jongeren (het gaat om 13- tot 17-jarigen) niet platgewalst worden door de oprukkende communicatietechnologie. Integendeel, ze blijken zich zelfs zeer bewust te zijn van de keerzijden van deze technologie, zoals de kans op verslaving en het afleiden van belangrijke zaken zoals huiswerk.

Symbiose

Wat we hier zien is het begin van een werkelijke symbiose tussen mens en technologie. Blijkbaar heeft online iets bijzonders in het contact tussen mensen te bieden. Het is veelzeggend dat dit bij jongeren nu zo ervaren wordt. Ze zijn met technologie opgegroeid, maar hun ervaring met communicatie is nog beperkt en allerlei opvattingen van oudere generaties over hoe communicatie tussen mensen dient te verlopen zullen nog niet veel impact hebben. Dat zij een open oog hebben voor de keerzijden is een bemoedigende uitkomst. Het maakt de kans op een goede balans tussen mens en technologie veel groter.

Voorkom ongelukken

Als we het in dit licht bekijken is er ook niets mis met die symbiose. Je mag hopen dat we als mensheid veel meer op deze manier met technologie zullen omgaan. Een beter zicht op waar technologie echt iets toevoegt en waar juist niet, voorkomt ongelukken. En ja, dan kan het gebeuren dat technologie de plaats inneemt van iets waarvan eerdere generaties vinden dat het aan mensen voorbehouden moet zijn.

Ongemakkelijke gevoelens

Technologie kan nu taken automatiseren die tot voor kort alleen door mensen uitgevoerd konden worden. Afgezien van het verdringen van banen (daar is al genoeg over geschreven) zorgt dat voor ongemakkelijke gevoelens. Denk maar aan de zorgrobot. Wie wil er door een machine, waarvan we denken dat er geen werkelijk contact mee mogelijk is, verzorgd worden? Zodra we andere opvattingen krijgen over wat ‘werkelijk contact is’ zal ongetwijfeld ons standpunt veranderen. Dan kan het zelfs gebeuren dat mensen de voorkeur geven aan een zorgrobot boven een zorgmens. Erg lijkt me dat niet, tenminste als het weloverwogen gebeurt.

Hans van Raaij

Senior Consultant MCS PR

Crisiscommunicatie

Het begint op te vallen: er breekt een crisis uit, er ontstaat een enorm gedoe, vervolgens krijgen we een ongeloofwaardig verhaal en er wordt nog even sorry gezegd. En weg is de crisis. Dit gaat onder meer over het niet aflatende gedoe rond de dividendbelasting en over de kwestie Facebook/Cambridge Analytics. Natuurlijk, het Facebook-datalek was ‘allang’ bekend en of de memo’s over de dividendbelasting herkenbaar waren als echte memo’s wisten de betrokken politici natuurlijk best. Opmerkelijk aan beide gevallen is dat het er niet eens toe doet hoe het precies is gelopen. Hoe je het bréngt, dat is tegenwoordig veel belangrijker.

Waarom heeft Facebook niet meteen ingegrepen toen het wist van de praktijken van Cambridge Analytics? Waarom is er geen open kaart gespeeld over de afschaffing van de dividendbelasting? Omdat het allemaal niet in de kraam te pas kwam. Het is elke keer weer een raadsel waarom bedrijven, politici, noem maar op, het idee hebben dat je vandaag de dag iets onder de pet kunt houden. Vroeg of laat komt het uit. Een vasthoudende journalist, een klokkenluider of gewoon een verspreking is voldoende om een mediastorm te ontketenen. De oppositie beticht onze minister-president van leugens, een cabaretier begint een actie om Facebook te verlaten. Maakt allemaal niet uit, de storm is alweer gaan liggen.

Het is natuurlijk verstandig om goed op een crisis voorbereid te zijn. Crisiscommunicatie is zelfs een discipline. Je bepaalt vooraf wie de woordvoerders zijn, je bereidt hen voor op wat zij kunnen of moeten zeggen, en wat niet. Vooral niet speculeren over zaken die je nog niet weet en geen dingen verzinnen, maar overbrengen dat de crisis voortvarend wordt aangepakt. En hou betrokkenen steeds op de hoogte. Draagt allemaal bij aan geloofwaardigheid. Daar draait het om, zou je denken.

In de bovengenoemde crises hebben de betrokkenen precies het tegenovergestelde gedaan: een mist optrekken, zich overgeven aan haarkloverijen over wat een ‘memo’ precies is en wie wat wanneer wist. Onwelgevallige zaken zijn zo lang mogelijk aan het zicht onttrokken en toen dat echt niet meer ging, kwamen halfslachtige excuses: ‘we hadden het misschien(!) beter moeten doen’.

Wat is hier toch aan de hand? Een paar jaar geleden was ‘authenticiteit’ een sleutelwoord in communicatie. Doe je niet anders voor dan je bent. Authentiek zijn, dat doet wonderen voor je geloofwaardigheid. Maar zou het ook maar iets hebben uitgemaakt wát de betrokken over bovengenoemde kwesties hebben gezegd? Hebben de hoofdrolspelers uit bovengenoemde crisissituaties zich anders voorgedaan dan ze zijn?

Nadat de memo-kwestie in de Kamer was besproken verschenen talloze beschouwingen over het optreden van de minister-president. Bijna bewonderende verhalen over hoe hij, voor de zoveelste keer, een verbaal rookgordijn wist op te trekken waar geen doorkomen aan was. Het aandeel Facebook is nu voor het eerst boven $200 gekomen. Enkele maanden geleden, toen bekend werd dat de data van 87 miljoen Facebook-gebruikers naar Cambridge Analytica gelekt waren, was het aandeel gedaald tot onder de $150. Dat was maar even. Het bedrijf is sinds het datalek maar liefst een derde méér waard geworden.

De conclusie is onontkoombaar: zij zijn absoluut authentiek geweest. En dan kom je tegenwoordig met heel veel weg. Bovendien, als je flink over de schreef bent gegaan en je klanten of kiezers lopen niet weg omdat ze producten of partij echt niet willen missen, waarom zou je daar dan mee zitten? Maar voor communicatie is het de doodsteek.

Hans van Raaij

AVG: uitdagingen voor marketing; kansen voor PR

Wordt u al gek van al die mails waarin wordt gevraagd om toch vooral nog even te bevestigen dat u de nieuwsbrief van bedrijf XYX nog wil blijven ontvangen? Het is duidelijk: de Europese wet Algemene Gegevens Verordening (AVG), ook wel bekend als GDPR, is van kracht geworden. Er is vooral veel aandacht voor alle maatregelen die organisaties volgens deze wet moeten nemen om privacygevoelige informatie te beschermen. Maar de AVG zegt ook dat bedrijven niet langer ongevraagd informatie aan mensen mogen rondsturen, als die daar niet expliciet toestemming voor hebben gegeven (‘opt-in’). Een flinke uitdaging voor marketeers die vertrouwen op grootschalige e-mailacties en nieuwsbrieven. Want hoe bereik je je klanten dan? Dat kan nog steeds, met PR.

We kunnen de krant niet openslaan of er staat wel een artikel in over de gevolgen van de AVG, over het feit dat de meeste organisaties nog niet klaar zijn voor de nieuwe regels, over te nemen stappen etc. Een ding is zeker: voor bijna alle organisaties betekent de AVG dat ze veel tijd en geld moeten investeren in het controleren en beveiligen van hun data en in het aanpassen van allerlei processen rond het verzamelen en opslaan van persoonsgegevens.

Kans op klachten en boetes

Tegelijkertijd staan bedrijven die tot nu vertrouwen op ‘cold calling’ en op grootschalige marketingacties op basis van ingekochte databases, voor een uitdaging. Want ongevraagd potentiële klanten direct persoonlijk benaderen, is in principe niet meer toegestaan onder de AVG. Wie dat wel doet, loopt kans op klachten bij de Autoriteit Persoonsgegevens en mogelijk zelfs boetes. Er zullen vast wel allerlei slimme manieren gevonden worden om de regels te omzeilen, maar het wordt in ieder geval een stuk lastiger.

‘Verkoop het probleem dat je oplost, niet het product dat je maakt’

Ondernemers zullen dus andere manieren moeten vinden om hun doelgroepen te bereiken en nieuwe klanten te interesseren voor hun producten en diensten. Niet rechtstreeks, gericht op een specifieke persoon, maar via de kanalen die hun doelgroepen dagelijks bekijken en lezen. Dan moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat jouw boodschap, jouw visie en jouw expertise opvallen. En dat doe je met een communicatie-aanpak waarin je niet roept hoe geweldig jouw producten en diensten zijn, maar waarin je je kennis en expertise uitdraagt. ‘Verkoop het probleem dat je oplost, niet het product dat je maakt’, is een bekende quote in marketing. Wij praten over een ‘outside-in’ benadering: pak de actuele ontwikkelingen en uitdagingen waar organisaties mee te maken hebben en vertel hoe ze daar het beste mee omgaan. Wanneer je dat weet te doen zonder commerciële boodschappen, maar in plaats daarvan je professionele expertise en inzichten overbrengt, zullen potentiële klanten jou weten te vinden in plaats van andersom.

Reputatie, kennis, visie

Dat is dan ook de aanpak die wij onze klanten adviseren. Bij PR draait het juist om reputatie, om het uitdragen van je kennis en je visie. Met heldere, aansprekende content, toegespitst op je doelgroepen en met antwoorden op de uitdagingen waar zij voor staan, val je op en onderscheid je je van je concurrentie. Die boodschappen moeten natuurlijk wel op een effectieve manier worden gecommuniceerd. Dat kan bijvoorbeeld via social media en via blogs op de website. Maar de beste weg is als de media – als onafhankelijke derde partij – jouw visie, jouw aanpak en jouw oplossingen voor uitdagingen overnemen en uitdragen.

Intermediair tussen organisaties en de pers

Dat gebeurt echter niet zomaar. Goede relaties met redacteuren en journalisten openen de deur voor een dialoog en vergroten de kans dat ze jouw verhaal willen vertellen. Dat is dan ook een belangrijke rol voor ons als PR-bureau: als intermediair tussen organisaties en de pers.

Net als andere organisaties, hebben ook wij te maken met de gevolgen van de AVG. We hebben er veel werk in gestoken en hebben geïnvesteerd in de juiste maatregelen om te voldoen aan de nieuwe regels. Maar we zien ook nieuwe kansen. Niet alleen voor onszelf, maar zeker ook voor onze klanten.

Weg met het binaire breinonderscheid?

We zijn geen dames en heren meer, of jongens en meisjes. We zijn ‘reizigers’, ‘bewoners’ of ‘beste mensen’ geworden. Het is niet langer acceptabel om u nog langer aan spreken op basis van biologische kenmerken. Te deterministisch, te ongevoelig voor degenen die zich ergens tussen dame en heer bevinden. We willen dat binaire onderscheid niet langer! Hoe moet het nu verder met RightBrains? We mogen LeftBrains niet langer in de kou laten staan!

Er is de laatste decennia iets merkwaardigs aan de hand met verschillen. Die zijn verdacht geworden. Ander uiterlijk, andere afkomst, ander noem maar op, ze zijn de oorzaak van stereotypen, vooroordelen en discriminatie. Toegespitst op dit platform: vrouwen zouden allerlei kwaliteiten missen die mannen worden toegedicht en omgekeerd. De gevolgen kent u.

Groot onderscheid

We hebben allemaal een linker- en rechterhersenhelft. En daar maken we, afgezien de locatie onder ons schedeldak, een groot onderscheid tussen. Hier zijn wat gangbare voorbeelden. Bij de linkerhelft horen logica, georiënteerd op details, weloverwogen, rationeel, methodisch, weten en intellectueel. Bij de rechterhelft horen intuïtief, breed georiënteerd, gevoelsmatig, innerlijk bewustzijn, creativiteit, geloven en zintuigelijk.

 

Mythevorming

Bovendien zijn de linker- en rechterhelft ook fysiek verschillend. In de linkerhelft zit meer grijze stof, die informatie verwerkt, en in de rechterhelft zit wat meer witte stof, die informatie verder stuurt. Deze verschillen zijn, zo is de hypothese, geëvalueerd zodat we onze hersenen beter kunnen benutten. Onder het kopje ‘Mythevorming’ zegt Wikipedia dat verschillen tussen de linker- en rechterhersenhelften nogal eens overdreven worden. Je krijgt dan tegenstellingen zoals ‘Yin versus Yang’, ‘Mars versus Venus’, ‘mannelijk-rationeel’ versus ‘vrouwelijk-intuïtief’.

Non-binaire genderfluïde types

De overdreven tegenstellingen hebben dus tot allerlei mythes geleid rond hersenhelften en gender. Tja, en wat moeten ‘non-binaire genderfluïde types’ (de term is van schrijver Maxim Februari, een man met een transverleden) hier nu mee? Wij zijn immers ons brein, als we hersenspecialist Dick Swaab mogen geloven. Zullen we niet meer spreken over linkerhelft en rechterhelft, omdat het te deterministisch is en geen recht doet aan het ‘fluïde’ karakter?

De oplossing komt van ons brein zelf. Wat blijkt namelijk? De (cognitieve) specialisatie van de hersenhelften is eerder relatief dan absoluut. Elke hersenhelft is in staat is diverse taken, ook die waarin zij (hij?) niet gespecialiseerd is, uit te voeren. Onze hersenhelften zijn dus als het ware fluïde, als het moet kunnen ze alles gewoon van elkaar overnemen.

Realiteit

Verschillen tussen onze hersenhelften zijn er zeker, maar de overeenkomst ertussen is oneindig veel belangrijker. Zo zouden we ook met verschillen tussen mensen moeten omgaan. Het gaat natuurlijk om de overeenkomsten. Ieder van ons heeft een brein dat alle menselijke eigenschappen in zich heeft. Zeker, er zijn fundamentele biologische verschillen en het spectrum tussen man en vrouw blijkt breder dan menigeen lief is. Het is de realiteit. Wie bereid is daarbij stil te staan hoeft haar – of zijn? Wat doen we eigenlijk met bezittelijke voornaamwoorden? – toevlucht niet te zoeken bij ‘beste mensen’. En dan kunnen we het ook gewoon bij RightBrains houden!

Perlita Fränkel

Managing Partner, MCS PR

Newsjacking – race tegen de klok

Bij MCS PR beginnen we de dag met wat voor velen misschien een ouderwets gebruik is: het openslaan van de krant. Omdat we allemaal met onze tijd mee gaan, kan dat natuurlijk ook het surfen naar Blendle of het openen van een krantenapp zijn, maar de essentie blijft gelijk: we beginnen de dag met nieuws. Nieuws van gisteravond, van vannacht, van vanmorgen of gewoon heet van de pers. Vervolgens houden we onszelf up-to-date met Twitter, nieuwsapps en pushberichten van media. Zonde van onze tijd? Wij vinden van niet…

Iedere PR-medewerker zou een nieuwsjunkie moeten zijn. ‘Newsjacking’, het ‘kapen’ van nieuws, zorgt er niet alleen voor dat we de kans krijgen onze klanten bij media te introduceren die anders misschien niet eens aan hen gedacht hadden, maar biedt ons ook de mogelijkheid nieuwe invalshoeken te belichten die van onze klanten een autoriteit op een bepaald gebied maken.

Neem bijvoorbeeld IoT-security. Meer en meer apparaten in en om ons huis worden op het internet aangesloten; van koelkast tot stofzuiger of brandmelder. Ook onze auto’s veranderen meer en meer van vervoersmiddel in rijdende computer. Dat levert veel voordelen en gebruiksgemak op (bijvoorbeeld nooit meer verdwalen óf in de file dankzij slimmere navigatie) maar roept tegelijkertijd vragen op over de veiligheid ervan. Want zijn onze auto’s, als het rijdende computers zijn, ook te hacken?

Ja, zo bleek. Wired publiceerde een artikel over het kopiëren van autosleutels die auto’s contactloos ontgrendelen. Met een slimme truc en een beetje geduld konden hackers het signaal van de sleutel opvangen en reproduceren zodat de auto zonder sleutel geopend én weggereden kon worden. Dat is een nieuwswaardig verhaal: het raakt ons dichtbij huis (kan dat met mijn auto ook?) én we hadden er met z’n allen nog niet eerder écht aan gedacht dat iets dat ons leven zoveel makkelijker maakt, ook zulke grote nadelen kan hebben.

Aangezien MCS PR met bedrijven werkt die ontzettend veel weten van cybersecurity, konden we met dit onderwerp direct aan de slag. Want wij wisten wel iemand die de vragen over dit onderwerp gedegen en bevlogen kon beantwoorden. Wij brachten de partijen met elkaar in contact en de klant haalde de voorpagina van een goed gelezen dagblad, daarbij vragen van duizenden Nederlanders beantwoordend en zorgen wegnemend.

Het sleutelwoord bij newsjacking is timing. Ben je de eerste die achtergrond biedt? Daarnaast is het van groot belang de waarde van een nieuwsverhaal in te schatten: kunnen we met dit verhaal viral gaan? Is dit een onderwerp waar iedereen meer over wil weten en waar we de experts die we dankzij onze klanten in huis hebben op los kunnen laten? Op die manier ‘stelen’ we een goed gelezen onderwerp en geven we er een eigen draai aan. Dus zonde van onze tijd? Wij vinden van niet. Want hoe eerder wij een nieuwswaardige insteek hebben gevonden, hoe sneller we het aan de journalist voor kunnen leggen, nog voor hij zijn eerste slok koffie van die dag genomen heeft. Zodat vervolgens niet de headline van die ochtend, maar onze eigen insteek het gesprek van de dag is.