‘Nieuws’ moet een schoolvak worden

Home/Blog/‘Nieuws’ moet een schoolvak worden

‘Nieuws’ moet een schoolvak worden

Jongeren blijken steeds minder goed in staat om nepnieuws te onderscheiden van echt nieuws. Begin april publiceerde de Amerikaanse Stanford universiteit een onderzoek waaruit blijkt dat jongeren moeite hebben met het herkennen van het verschil tussen zin en onzin op internet. Volgens Nederlandse onderzoekers is dit ook in ons land een groeiend probleem. De invloed die online media – vooral sociale media en zoekmachines – hebben op de mening en het gedrag van mensen, neemt toe. Online advertenties in de resultaten van zoekmachines zijn steeds moeilijker te onderscheiden van de overige zoekresultaten.

Hoe moeten we daarmee omgaan? Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat de volgende generatie niet klakkeloos gelooft wat ze lezen en zien op hun smartphone, maar zelf nadenken en zich afvragen of het wel klopt? Goed onderwijs hierover is de eerste stap, zoals Mary Berkhout van Mediawijzer.net al bepleitte in een artikel In De Volkskrant. Zij is van mening dat ‘mediawijsheid’ een verplicht schoolvak moet worden.

Een andere deel van het probleem is volgens mij het feit dat er simpel veel meer geld wordt gestoken in commerciële uitingen dan in goede journalistiek. Wij worden dagelijks geconfronteerd met media die alleen nog maar willen publiceren als er ook een commerciële relatie is met het bedrijf waarvan het nieuws of de visie afkomstig is. Dit betekent dat de objectieve filter- en controlefunctie steeds verder wordt uitgeschakeld. Want als een bedrijf inderdaad betaalt voor publiciteit, dan krijgt dat bedrijf ook meer invloed op de inhoud en de boodschap. De redactie wordt dan overruled door de commerciële afdeling. Als dan ook de vormgeving van betaalde content nauwelijks nog verschilt van die van de redactionele artikelen, zal de lezer ook niet langer meer het verschil zien tussen betaalde en redactionele artikelen. En dat komt de geloofwaardigheid van nieuws natuurlijk niet ten goede.

Het komt er op neer dat commerciële en redactionele belangen weer meer met elkaar in balans gebracht moeten worden. Maar hoe doe je dat in deze tijd waarin mensen er steeds meer vanuit gaan dat online informatie gratis zou moeten zijn? Ik zie heel veel in het Blendle-model. Een laagdrempelige, makkelijke en voordelige manier om te betalen voor kwalitatief goede redactionele content. Dat ook de uitgeverswereld steeds meer ziet in deze aanpak, blijkt wel uit het nieuws dat de eigenaar van de Financial Times en een Amsterdams fonds hebben besloten te investeren in Blendle, na de eerdere investeringen door New York Times Company en Axel Springer. Er is weliswaar ook weerstand tegen Blendle, zoals bij NRC, dat inmiddels niet langer via Blendle te lezen is. Maar zelf denk ik dat dit – in ieder geval voorlopig – een effectief model is.

Gezien het startonderwerp van deze blog is het daarom mooi dat het educatieplatform ‘Nieuws in de klas’ van NDP Nieuwsmedia scholen een maand lang kosteloos toegang biedt tot de content in Blendle. Nu moet de overheid er voor zorgen dat die maand wordt omgezet in een permanent en ongelimiteerde toegang voor scholieren. Als dat wordt gecombineerd met goede lessen over de waarde van journalistiek en de essentiële rol die journalistiek speelt in onze democratie, kunnen we er misschien voor zorgen dat jongeren wat minder goedgelovig worden en zichzelf bij een spectaculair nieuwsberichtje op sociale media misschien even afvragen “Klopt dat wel…”?

Arnout Lansberg

2017-05-15T09:45:23+00:00